Planten

Ondanks de hele lage temperaturen, het ijskoude water en de bijtende wind, leven er op en in de wateren van de Zuidpool planten, die nergens anders ter wereld voorkomen. De planten die er leven zijn heel erg klein. Op deze manier beschermen zij zich tegen de kou. De planten groeien snel, omdat de zomer erg kort is. Planten, die het best groeien in deze koude omstandigheden zijn mossen, korstmossen en algen.
Ze groeien op rotsen en keien. Er zijn meer dan 350 soorten mossen. Sommigen zijn
meer dan 2000 jaar oud.

Planten groeien vaak in lage, kleine bosjes ter bescherming tegen de ijskoude droge wind. Ook kunnen ze zo beter vocht opvangen en worden ze niet platgedrukt door sneeuw en ijs. In de korte zomers barsten de bloemen open en brengen ze snel zaden voort, voordat de winter terugkeert. Omdat er weinig insecten leven in dit koude gebied verspreiden planten zich via kleine stukjes van zichzelf, zoals uitlopers en bollen. Ook kan de wind hun stuifmeel verspreiden.

Op de Zuidpool leven twee kruidachtige grassoorten, de 'bochtige smele' en de 'lisse'. Zij kunnen voedsel opslaan onder de grond, waardoor ze het koude en droge seizoen kunnen overleven en in het voorjaar snel groeien.

Heel vroeger, ongeveer 70 miljoen jaar geleden, was heel Antarctica bedekt met naaldbomen. 45 miljoen jaren later, werd het continent pas bedekt met een dikke laag ijs. In de loop van miljoenen jaren dreef het land, Antarctica, van de Evenaar naar de onderkant van de aardbol.

Lisse en de Bochtige smele