schijf 5: vetstoffen

Veel mensen zeggen dat je van vet dik wordt. Eigenlijk klopt dit maar voor een klein deel. Vetten zijn heel belangrijk voor je lichaam.
Er zijn twee soorten vetten die allebei in voedingsmiddelen zitten:

Verzadigd vet
Verzadigde vetten zijn niet goed voor het lichaam. De verzadigde vetten hopen zich

op op verschillende plaatsen. Ook kunnen deze kleine deeltjes vet in je bloedvaten terechtkomen. Bloedvaten zijn hele dunne vaatjes. Het bloed kan er maar net door heen stromen. Als die kleine vetdeeltjes aan de bloedvaten gaan kleven, kan het bloed er minder goed door. Hier kun je heel erg ziek van worden. Vaak kun je dit merken en moet je naar de dokter. De dokter zou je dan ook vertellen dat je bloeddruk veel te hoog is omdat je bloedvaten heel nauw zijn geworden doordat er zoveel vetdeeltjes in zijn blijven plakken.

Hoe kan ik verzadigd vet herkennen?
Verzadigd vet wordt bij kamertemperatuur hard. Denk maar aan roomboter. Andere voedingsmiddelen met veel verzadigd vet zijn: hard frituurvet, vet vlees en vette vleeswaren, volvette kaas, volle melk en volle melkproducten, koffiemelk en -poeder, imitatieslagroom, snacks, gebak en koek en chocolade.
Dit eten is dus niet zo goed voor je. Je mag hier dan ook niet te veel van eten.

Onverzadigd vet
We hebben je zonet verteld dat verzadigd vet ervoor zorgt dat er vet vastklontert aan bloedvaten. Onverzadigd vet zorgt er juist weer voor dat die klontjes vet weer los laten. Het zorgt ervoor dat het slechte vet verdwijnd.
Hierdoor wordt je minder snel ziek van vet.

Er zijn verschillende soorten onverzadigde vetzuren. Een ervan is visvetzuren.
Visvetzuren zijn heel goed voor je lichaam. Daarom is het belangrijk om per week één tot twee keer vis te eten. Met name vette vis, zoals makreel, zalm en haring, bevat veel visvetzuren.

Onverzadigde vetten zitten vooral in alle soorten olie, dieëtmargarine, halvarine, vloeibaar bak-, braad- en vloeibaar frituurvet; sladressing op basis van olie; vette vis; noten zoals walnoten, pinda's, hazelnoten, pindakaas en andere notenpasta's.

Waarom zijn vetten nou zo belangrijk?
In vetten zitten verschillende vitamines. Vitamine A, D en E komen veel voor in vetten. Er zitten ook vetzuren verstopt in de vetten.
Alle vetten leveren vitamine E en vetzuren. Niet alle producten leveren vitamine A en D. Vitamine A en D zitten alleen in halvarine, margarine en bak- en braadproducten.