Kleding

De vrouwen van de Vikingen konden goed spinnen en weven en maakten bijna alle kleren zelf. De wol kwam van de schapen van de familie.

De vikingvrouw droeg een jurk met spelden op de schouders, een halsdoek en een hoofddoek. Over de jurk, een lange onderjurk van linnen of wol, droeg ze een schort met plooien. De spelden waren niet alleen voor de sier, maar hielden ook de schouderbandjes van de jurk op hun plaats. Als ze naar buiten ging, sloeg ze een dikke omslagdoek of een mantel om om warm en droog te blijven. Voor ze trouwden droegen meisjes hun haar los, met een haarband, maar getrouwde vrouwen bedekten hun haar altijd met een sjaaltje of een hoofddoek. Ze droegen hun haar ook wel lang, maar staken het dan op in een losse knot in hun nek.

De vikingmannen droegen een broek met smalle pijpen, een soort maillots. Ze hielden hun broek op met een sjerp of een leren riem met een gesp. Over hun broeken droegen ze bontvellen, huiden en zware wollen mantels. Als de eigenaar rijk was, was er soms gouddraad in verwerkt. De mantel zat op één schouder vast met een speld, zodat hij zijn andere arm vrij had om het scherpe mes te pakken dat hij aan zijn riem droeg.

De kinderen droegen hun kleren bijna in dezelfde stijl als hun ouders. Meisjes droegen een schort zoals hun moeder en jongens droegen een leren of wollen wambuis en beenbedekkingen. Binnen droegen ze zachte leren schoenen of sandalen. Buiten hulden ze zich in een warme wollen cape en laarzen. Rijke kinderen hadden een met bont afgezette cape en mutsen en wanten van bont.

Sieraden

Bij de Vikingen was het net als bij alle andere volken: wie rijk en voornaam was liet dat graag zien door goede kleren en dure sieraden te dragen. Sommige sieraden, zoals mantelspelden, hadden ook een praktisch nut, andere waren puur voor de sier.

Het meest praktische sieraad was de speld. De rijken konden zich zilveren en gouden spelden veroorloven, mensen met minder geld moesten genoegen nemen met goedkopere spelden van brons, of van loodlegering die op zilver leek. Zulke spelden werden vaak verguld of vertind, zodat ze meer op de duurdere exemplaren leken.

Bronzen spelden werden gegoten in een gietvorm van klei. De gietvorm werd eerst gebakken zodat hij niet stuk zou springen tijdens het gieten. Daarna moest het brons tot wel 700 °C worden verhit om het in de vorm te kunnen gieten. Voor ingewikkelde stukken werd eerst een model van was gemaakt. Van eenvoudige ontwerpen konden veel exemplaren tegelijk worden gemaakt door een voorwerp in klei te drukken en zo een hele serie kleimodellen te maken.                                                    

Tussen de spelden hing vaak een kralenketting. De kralen waren een mengeling van kornalijn, kristal, barnsteen, zilver of gekleurd glas. Aan de ketting kon je allerlei dingen hangen, zoals naalden en kammen. Het maken van kralen was ook een apart vak. Glas werd in blokjes en klompjes geïmporteerd uit West-Europa. Het glas werd gesmolten en in lange staven getrokken, die vervolgens om metalen staven werden gewikkeld. Door het te mengen met slierten glas van een andere kleur ontstonden glanzende, veelkleurige kralen.

In de 9e en 10e eeuw droegen vrouwen ovale of schildpadvormige spelden. Ze waren ongeveer 100 tot 125 mm lang en versierd met een patroon van gestileerde dieren. In de nadagen van Vikingtijd werden ze minder modieus en slechter van kwaliteit. Vrouwen begonnen er omslagdoeken overheen te dragen, die in sommige streken werden vastgezet met kleinere spelden.

Klik hier en ontdek nog meer over het uiterlijk van de vikingen.