Vikingschepen

De Vikingen konden zulke grote reizen maken, omdat ze goede schepen hadden. Het waren de beste scheepsbouwers van Europa. De schepen waren lang en smal en lagen diep in het water, zodat ze ook in ondiep water konden varen. Hun schepen waren een soort roeiboten en hadden ook eigen zeilen, iets wat nog nooit gezien was in Europa. De zeilen waren gemaakt van stof en met strepen en ruiten versierd. De vorm van het zeil was meestal vierkant. Op deze schepen konden 40 tot 100 mannen plaats nemen. De voor- en achterkant van de schepen waren rijk versierd. Op de voorkant van het schip, de boeg, was vaak versierd met een drakenkop.

Het roer van de schepen bestond uit een lange riem. Langs het hele schip waren schilden geplaatst. Op het schip bevond zich maar één mast, hieraan was het zeil bevestigd. Kajuiten hadden de Vikingen niet, ze sliepen met z'n allen op het dek. Als ze wilden koken dan moesten ze aan land gaan, als dat tenminste in de buurt was.

Door de kop en de zeilen van het schip dachten veel mensen dat de Vikingen zeemonsters waren. Ze zagen de zeilen aan voor vleugels, de roeispanen als poten en de kop als drakenhoofd tot een groot monster.

Ontdekkingstochten

Wanneer de Vikingen de zee op gingen om te vissen namen ze niet alleen vis mee van hun reizen, maar ook producten en handelswaar uit andere streken. Van pelsjagers in het hoge noorden kochten ze bont. En dat bont ruilden ze dan weer in voor zwaarden in andere streken. Langzaam maar zeker werden deze vissers kooplieden.

De Zweden

De Vikingen uit het huidige Zweden kwamen door hun handel
in Finland terecht. Vanuit daar reisden ze via enkele grote rivieren als; de Dnjepr, de Wolga en de Don naar het oosten, richting Rusland. Vanuit de kust trokken zij het vaste land in om handel te gaan drijven. In het noorden van het land stichtten ze Nowgorod, de eerste Russische stad. Het werd een handelscentrum. Vanuit deze stad verkenden ze heel Rusland. Ook daar dreven ze handel.

Hierna trokken ze verder naar de Kaspische Zee voor de handel met de Perzen. De hoofdman van Vikingen in Rusland, Roerik, stichtte in 860 aan de Dnjepr de stad Kiev

De Noren

De Vikingen uit het huidige Noorwegen maakten vooral ontdekkingstochten naar IJsland, Groenland en Noord-Amerika. Deze tochten gingen vooral van eiland naar eiland.

De Noorse Viking Naddohr zette in 860 als eerste voet aan wal in IJsland. Tien jaar later vestigde zich er een Noor Arnarson. Deze bouwde hier een boerderij die de naam Reykjavik kreeg. Tegenwoordig ligt op deze plek de hoofdstad van IJsland, die nog steeds Reykjavik heet.
De IJslander Ulfsson was de eerste die Groenland ontdekte. Lang bleven de Vikingen hier niet, want het klimaat was te bar (koud) en er was geen akkerland.

Toen de Vikingen op weg waren van Noorwegen naar Groenland raakte een Vikingschip onder leiding van Erik de Rode waarschijnlijk uit koers. Zo bereikte hij Amerika.
Aan de kust vond hij wilde tarwe. Hij vond er ook wijnvelden. Daarom noemde hij die streek Vinland, wat Wijnland betekent.  
De Vikingen zijn nog vaak terug geweest naar Amerika, maar doordat ze zoveel tegenstand van de oorspronkelijke bevolking ondervonden gaven ze de moed maar op.

                                                        Handelaars

Vanaf het jaar 800 gingen de Vikingen met het buitenland handelen. De Vikingen ruilden hun eigen handelswaar: walrustanden, pelsen, ijzeren gebruiksvoorwerpen en slaven,luxe goederen zoals wijnen uit Frankrijk en Duitsland en zijde, zilver en munten uit het Oosten.
In het begin van de 9e eeuw kwamen er ook markten waar ambachtslieden en Vikingen hun spullen verkochten. De spullen die de Vikingen daar verkochten waren vaak spullen die ze op plundertochten hadden buitgemaakt.
 

Vikingen gingen zelfs met hun schepen naar de Zwarte zee en Constantinopel (Turkse stad, het huidige Istanbul). In 907 verschenen 2000 schepen met wel 80.000 man aan boord voor de stad. De Vikingen bedreigden de stad met verwoesting als ze niet zouden worden toegelaten. De bevelhebber van Constantinopel sloot een overeenkomst met de Vikingen. Zij kregen daar allerlei rechten om handel te kunnen drijven.

Enkele belangrijke handelsplaatsen: 

·       Birka (Zweden) : hier werd voornamelijk gehandeld in goederen uit het Oosten.

·       Ribe (Jutland) : hier handelde men in vee naar Duitsland.

·       Hedeby (Jutland) : dit was de grootste stad van Scandinavië. Hier leefden veel handelaren uit de hele wereld en veel ambachtslieden.

·       Kaupung (Noorwegen) : handel in boerenproducten.

·       Paviken (Gotland) : handel in scheepsbouw.