|
Ik
zag het gebeuren
Ze kwam uit het station
en liep naar de fietsenstalling.
Even keek ze chagrijnig
toen ze haar tas op de bagagedrager legde
en haar snelbinder kapot ging.
Ik lachte in mezelf,
maar die glimlach bevroor
plotseling op mijn gezicht.
Het ging razendsnel.
Twee jongens sprongen te voorschijn
Eén pakte haar van achteren vast.
In een ijzeren wurggreep.
De ander sloeg haar op haar gezicht
en stompte haar in haar maag.
Ze klapte dubbel en viel op de grond
toen de jongen haar losliet.
Ze gristen de tas van haar fiets
en verdwenen net zo snel
als ze gekomen waren
Ik stond erbij
en ik keek ernaar.
Schuldig.
Verward.
Ik had iets moeten doen…
Maar wat?
Ik voelde me laf.
Zo laf dat ik
aan de grond genageld bleef staan.
Toen ik weer kon bewegen,
zag ik dat een meisje
naar haar toeliep,
haar verzorgde en overeind hielp.
Toen voelde ik me helemaal een sukkel.
|

|