Wanneer
krijg je een gevangenisstraf?
Je komt in de
gevangenis als je iets hebt gedaan wat volgens de wet niet mag.
De wet zijn regels die we in
Nederland hebben afgesproken. Hou je je daar niet
aan dan kun je in de gevangenis komen. Voordat je in de
gevangenis komt bepaalt een rechter of je een borg moet betalen
of dat je in de gevangenis komt. Borg betekent dat je geld mag
betalen om uit de gevangenis te blijven. Dit kan alleen als je
een klein misdrijf hebt gepleegd. Als je bijvoorbeeld iets
gestolen hebt en je wordt gesnapt, dan kun je een boete krijgen.
Als je veel vaker iets gestolen hebt, kun je in de gevangenis
komen. Bij een nog kleinere straf, bijvoorbeeld het fietsen
zonder licht, kom je niet in de gevangenis. Daarvoor moet je geld
betalen. Dat noem je een boete.
Een erge
overtreding (bijvoorbeeld moord) wordt bestraft met een lange
gevangenisstraf. Je kunt dan levenslang krijgen. Dat betekent in
Nederland dat je 20 jaar in de gevangenis moet blijven. Mensen
die een moord gepleegd hebben en daarvoor in de gevangenis hebben
gezeten, kunnen levenslang krijgen als ze opnieuw een moord
plegen. De levenslange celstraf werd in 1878 ingevoerd, nadat in
1870 de doodstraf was afgeschaft.
Alle
overtredingen van de wet worden bijgehouden. De papieren waarop
staat wat een gevangene gedaan heeft noem je strafblad. De
politie en justitie (rechters) kunnen zo van misdadigers zien wat
ze fout hebben gedaan. Dat is belangrijk voor hun straf.
Bij het
bepalen van een straf houdt een rechter namelijk rekening met
verschillende vragen:

Een vrijheidsbenemende straf
Vrijheidsbenemende straf betekent dat je opgesloten wordt in de gevangenis. Het is dus bedoelt als straf, maar ook voor de veiligheid van de maatschappij.
Alleen maar opsluiten is niet genoeg. Aan het eind van hun straf staan de gevangene namelijk weer in de vrije samenleving. Zonder begeleiding tijdens het verblijf in een gevangenis is de kans groter dat zij weer op het criminele pad komen, dus dat ze weer een misdaad plegen. Naast bewaking is daarom zorg en begeleiding nodig.
Bij een vrijheidsbenemende maatregel gaat het niet om een vergeldingsmiddel (soort wraak) voor de gepleegde misdaad, maar om een behandeling. Een dader die een maatregel krijgt opgelegd, heeft meestal een stoornis in zijn hoofd. Deze stoornis heeft vaak geleid tot het plegen van het misdrijf. Door behandeling kan een gevangene dus van zijn stoornis afkomen.
Het doel van de behandeling is ervoor te zorgen, dat het gevaar op herhaling van het misdrijf zo klein mogelijk wordt. Zolang de behandeling genoeg heeft geholpen, kan de gevangene niet in de maatschappij terugkeren.