Eten en Drinken
Middeleeuws eten en drinken
In de middeleeuwen hadden de mensen andere eetgewoonten dan nu.
Bijna iedereen die op het platteland woonde verbouwde zijn eigen
voedsel en soms stond men op de rand van de hongersnood.
De rijken
Het menu van de rijken was
uitgebreider. Feesten waren belangrijk in het dagelijks leven.
In de middeleeuwen gebruikte men vooral sterke kruiden en
specerijen zoals peper, kaneel en komijn. Dit deden zij vooral om
de smaak van bedorven voedsel tegen te gaan. Deze specerijen
werden uit het Oosten gehaald en waren heel erg duur.
Om het eten een kleurtje te geven werd bijv. saffraan (gele
kleur) of peterselie (groene kleur) gebruikt..
Er bestonden niet veel gemakkelijke manieren om voedsel goed te
houden.
Het meeste vlees werd gerookt of gezout, zodat het langer goed
bleef. Groenten werden gedroogd of ingemaakt.
Ook de jacht bracht eten op tafel. Voor een middeleeuws banket
konden zwaan, reiger, pauw, walvis, bruinvis of zangvogeltjes op
het menu staan. Dit eten was alleen voor de rijken.

De armen
De armen hadden een veel
eenvoudiger menu.
Voor de armen bestond de maaltijd vaak uit kool, prei, ui of
andere groenten, havermoutpap en een paar hompen brood.
De armen verbouwden zelf hun eten en zij moesten een deel van het
voedsel aan de heer van het land waarop zij woonden geven. Dit
was een soort huur,zij gebruikten eten(goederen) in plaats van
geld. Het was niet makkelijk om voedsel te verbouwen. Vooral in
de winter hadden zij het zwaar. Soms was er hongersnood. In het
begin van de 14e eeuw mislukte de oogst een paar keer. Er braken
veel ziektes uit onder het vee en de armen hadden het heel
moeilijk. Hun weerstand werd steeds slechter en veel mensen
stierven door honger en ziekte.
Feesten
Een belangrijk onderdeel in de
middeleeuwen waren feesten. Elk jaar werd er een feest
georganiseerd door de landheer voor het binnenhalen van de oogst.
De landheer bood ook bij andere gelegenheden wel eens een
feestmaal aan. Dit kon bestaan uit brood en bier of een gerecht
met vlees en erwten. In kastelen werden regelmatig banketten
gehouden. Welke plaats je kreeg aan tafel hing van je stand af.
Monniken en nonnen
Monniken en nonnen hielden hun
maaltijden eenvoudig. Zij lieten het luxe eten staan om te laten
zien dat zij geen waarde hechtten aan normale dingen. Soms aten
zij niet om hun geloof, dit heet vasten. Soms werd het eten
veranderd om godsdienstige redenen: een goede katholiek at op
vrijdag geen vlees.
Schoon water
Elk kasteel moest kunnen beschikken over een eigen waterbron, zeker tijdens een belegering. Om bij onderaardse bronnen te komen werden diepe, stenen putten aangelegd. Het water werd met behulp van een touw en lier in houten emmer omhoog gehaald. Soms liep er een leiding direct naar de keuken.