Kruistochten

Wat is een kruistocht?

De paus maakte van de oorlog tegen de Turken iets bijzonders. Het zou een 'Heilige Oorlog' zijn. Dat is een oorlog die God zelf wilde. De deelnemers kregen bepaalde voorrechten. Wanneer ze meehielpen Jeruzalem te bevrijden, zouden ze een aflaat krijgen. Dat betekende dat zij na hun dood minder lang voor hun zonden hoefden te boeten. De kerk beloofde ook de bezittingen van een kruisvaarders te beschermen zolang deze afwezig was. De kruisvaarders moesten bij hun vertrek een plechtige gelofte afleggen. Ze moesten beloven dat ze in opdracht van de paus de heidenen en de ketters zouden bestrijden. Wanneer men de heidenen bestreed zonder toestemming van de paus, gold dat niet als een echte kruistocht. Er waren dan geen voorrechten aan verbonden. Men kon er zelfs voor gestraft worden. Kruistochten hoefden niet alleen naar Palestina te gaan. Middeleeuwers beschouwden elke oorlog onder pauselijk bevel tegen heidenen en ketters als een kruistocht. Toch waren de kruistochten naar Palestina wel de belangrijkste. Tussen de 11de en 13de eeuw werden meerdere kruistochten gehouden, maar eigenlijk was alleen de Eerste Kruistocht echt een geslaagde operatie.

 

Waarom gingen er zoveel mensen op kruistocht?

De kruistochten gingen gepaard met veel gewelddadigheid en wreedheden. Ondanks dat het een gevaarlijke tocht was, waarbij veel mensen de dood vonden, gingen bij iedere kruistocht toch weer duizenden mensen mee. Deze mensen hoopten natuurlijk Jeruzalem te bevrijden, maar er waren nog meerdere redenen waarom men kon besluiten de kruisvaartgelofte af te leggen:

De paus beloofde deze mensen dat al hun zonden zouden worden vergeven. Ze kregen als ze dood zouden gaan een plekje in de hemel en zouden niet meer gestraft worden voor hun slechte daden.

Ook hoefden deze mensen geen belasting meer te betalen wanneer ze terugkwamen van hun kruistocht.

Veel van de mensen die mee op kruistocht gingen hadden thuis weinig te verliezen, omdat ze het daar als horige werkten en dus geen prettig leven hadden. Ze leefden meestal in simpele hutten met één kamer, waarin het hele gezin moesten leven.

In de Middeleeuwen waren er veel lijfeigenen, dat waren een soort slaven. Zijn zouden als ze op kruistocht gingen, vrij mens worden. Ridders en edelen waren belust op avontuur en hoopten in de strijd roem en eer te behalen.

 

Wanneer waren de kruistochten?

Tussen de 11de en 13de eeuw werden meerdere kruistochten gehouden. Een paar belangrijkste waren:

1096 Eerste kruistocht

1147 Tweede kruistocht

1189 Derde kruistcht

1204 Vierde kruistocht                                      

1212 Kinderkruistocht

 

De gevolgen van de kruistochten.

De bedoelingen van de kruisvaarders met een kruistocht liepen nogal uiteen. Er waren echt christenen die in opstand wilden komen tegen het geweld dat andere christenen werd aangedaan. Er was heel wat moed voor nodig om alles achter te laten en in een voettocht naar een compleet vreemd land te trekken met alle gevaren van dien. Enkel en alleen uit liefde voor Christus en het christendom.

Maar er waren ook genoeg kruisvaarders die hun eigen voordeel probeerden te behalen met de kruistochten. Zo waren er bandieten bij die door het afleggen van de kruisgelofte probeerden hun straf te ontlopen. Ridders, keizers en koningen probeerden door de kruistochten hun macht te vergroten of veel eer te behalen.

Tijdens de kruistochten werden er heel veel mensen in bloedige gevechten vermoord en werd er veel vernield en geplunderd

De gevolgen van de kruistochten liepen ook nogal uiteen. Er waren slechte gevolgen door de 2 eeuwen strijd. Zo kwam er een sterke toename van de godsdienst onverdraagzaamheid tussen christenen en moslims, christenen en joden en zelf tussen christenen onderling. Nu nog is er in het Midden-Oosten een religieuze strijd gaande tussen moslims en christenen. Aan de andere kant waren er voor Europa ook gunstige gevolgen van de kruistochten.

De landen in West-Europa hadden namelijk kennis gemaakt met een hoge oosterse beschaving. De moslims waren goed ontwikkeld in wiskunde, natuurkunde, sterrenkunde, geneeskunde en op vele andere gebieden. Daar hebben de Europeanen veel van geleerd.

Er ontstond een levendige scheepvaart en een bloeiende handel rond de Middellandse Zee. Vooral Italiaanse steden, zoals Venetië en Genua, profiteerden daarvan.

Het Westen leerde nieuwe producten kennen als specerijen (peper, kruidnagelen e.d.), suiker, katoen en zijde.

Na de kruistochten moesten de Europeanen een andere handelsroute zoeken naar Azië om daar specerijen, zijde, ivoor, kostbare metalen en edelstenen te halen. De moslims lieten hun niet meer langs Constantinopel. De Europeanen moesten dus een route over zee zoeken. Dit leidde in de 15e en 16e eeuw tot van Portugese, Spaanse (Columbus), Franse, Engelse en Nederlandse zeelieden. Deze ontdekkingsreizen zorgden ervoor dat 'de wereld werd ontdekt' en dat alle landen in kaart gebracht konden worden. De ontdekkingsreizigers maakten daarbij handig gebruik van de overgenomen kennis van de moslims, op het gebied van bijvoorbeeld hygiëne en aardrijkskunde.

Maar er werd ook handel gedreven met de moslim landen. Europese kooplieden importeerden specerijen, medicijnen, juwelen, parfums, vruchten, suiker en andere waren. In ruil daarvoor kregen de moslims graan, hout en paarden uit Europa. Ook profiteerden de moslims van de stroom pelgrims naar Heilige Plaatsen. Daarbij werden veel souvenirs gekocht en daar verdienden de moslims aan.