De Middeleeuwen
Een oud rijk verdwijnt
Als we het over de middeleeuwen hebben bedoelen we de periode van
de 5e tot de 15e eeuw na Christus. De middeleeuwen begon door de
plundering van Rome en de val van het Romeinse Rijk. De Romeinse
manier van leven verdween niet onmiddellijk, maar de manier van
samenleven veranderde al snel.
Het Romeinse Rijk breidde zich in het begin van de 1ste eeuw uit
van Europa tot aan Noord-Afrika, Palestina, Syrië en klein
Azië. De volken van de landen die Romeins Rijk waren geworden
namen na een tijdje de Romeinse gebruiken over. De aanleg van
wegen, steden, forten,villas en van de Romeinse wetgeving,
gebruiken, taal en kennis zorgde ervoor dat de verspreiding van
de Romeinse levensstijl mogelijk was.
De strooptochten van Germaanse stammen deden het gezag van de
Romeinen wankelen. Er begon een nieuwe manier van leven te
ontstaan. Voor sommige stammen was oorlog voeren een onderdeel
van bestaan. Krijgers leefden in een groep onder leiding van een
hoofdman. Elke krijger wilde roem krijgen in de strijd. Door hun
rooftochten konden de Romeinen de orde niet meer handhaven. De
samenleving moest anders worden ingedeeld.

Het leven veranderde. Sterke
leiders beschermden mensen. In ruil daarvoor verlangden de
leiders hun diensten. Veel mensen zochten bescherming. Er
ontstond een samenleving waarin trouw aan je leenheer centraal
stond. Zo ontstond de middeleeuwen, wat ook wel feodalisme wordt
genoemd.
De mensen in de middeleeuwen leefden in een heel andere
maatschappij dan wij nu. Bovenaan stond een hertog, prins, koning
of keizer. De mensen dachten dat zij het recht van God hadden
gekregen om te heersen. Als edelen beloofden de vorst te steunen
en voor hem te vechten, gaf hij ze bijzondere rechten. In ruil
voor bescherming en land beloofde, een ridder voor een edelman te
vechten.
Een machtige edelman kon de troon opeisen als een koning
onrechtvaardig regeerde. Als een edelman zich niet aan zijn woord
hield had een ridder geen verplichtingen aan hem meer.
Het feodale systeem brokkelde in de loop van de middeleeuwen
steeds meer af. Want dat was afgesteld op land maar geld werd
steeds belangrijker. Om oorlog te voeren had een koning geld
nodig. Daarom leenden ze het van bankiers, die al snel rijker
werden dan de koning.
Arme mensen hadden weinig rechten. Zij moesten het land bewerken
en mochten het dorp niet verlaten. Ze moesten een deel van de
oogst afstaan aan hun landheer, die hen in ruil daarvoor
beschermde.
Het einde van de middeleeuwen

Er veranderde langzaam maar zeker veel dingen in de middeleeuwen.
De samenleving begon onder druk van nieuwe dingen te veranderen.
De kerk zei in de middeleeuwen bijna alles over hoe je moest
leven, maar de kritiek op de kerk groeide. Dat de paus over veel
dingen de macht had, vonden veel mensen niet goed. Ze wilden zelf
beslissen over dingen zoals onderwijs, politiek en godsdienst,
zonder dat de kerk zich ermee zou bemoeien. Door al deze nieuwe
ideeën verdween rond de 15de eeuw de middeleeuwen en begon de
Renaissance