Gezondheid en ziekte
Ziekte en geneeskunst
Ziektes waren in de middeleeuwen
heel erg. De verspreiding van ziektes, zoals de pest kostte
duizenden mensen het leven. De geneeskunde kwam in de
middeleeuwen heel langzaam tot ontwikkeling.
Ziekten bapaalden een groot deel van de levens tijdens de
middeleeuwen. Veel ziektes konden niet genezen worden. Een van
die ziektes was lepra. De melaatsen moesten verplicht bij elkaar
wonen.
Soms maakten de mensen wetten om te zorgen dat naar de stad gaan
verboden was óf werden er huizen gebouwd, een flink eind van de
stad vandaan waar de melaatsen konden leven. Iedereen was
doodsbang voor melaatsen.
Andere ziektes die in die tijd nog niet konden worden genezen
waren de mazelen, tuberculose, dysenterie, de pokken en roodvonk.

De builenpest was de meest
gevreesde ziekte. De pest werd ook wel de Zwarte Dood genoemd. De
pest kwam via handelsroutes binnen en brak in 1347 uit in
Italië. De ziekte verspreidde zich razendsnel. Overal brak
paniek uit en duizenden mensen stierven. Aan de pest stierf
zon 20 tot 40% van de bevolking. De pest werd overgebracht
door ratten en vlooien. En omdat er overal ratten zaten, in
kelders, keukens, in stallen etc. hadden veel mensen met deze
ziekte te maken. Mensen die de pest hadden kon je herkennen aan
builen op hun lichaam.
Mensen probeerden zieken te helpen met spreuken. Dit deden ze
overal in Europa. Veel dokters gebruikten kruiden om de zieken te
genezen, zoals smeerwortel en duizendblad.
De studie aan het menselijk lichaam was een belangrijke
ontwikkeling. In de Italiaanse stad Bologna werden dode lichamen
onderzocht. De mensen kregen door het onderzoek van dode lichamen
een steeds beter inzicht van het lichaam. 
Hygiëne en gezondheid
In de middeleeuwen maakten men zich minder druk over vuil en vieze luchtjes. Toiletten in een kasteel waren niet meer dan een gat met een stenen zitting. De meeste kamers hadden geen stromend water en een bad was wel een hele grote luxe. Zo nu en dan werd het kasteel van onder tot boven schoongemaakt, de kasteelheer en zijn vrouw gingen dan twee weken weg.
De hygiëne in de middeleeuwen was erg slecht. Hierdoor kon de pest zich ook zo snel verspreiden. De dokters kwamen er pas in de 19e eeuw achter dat hygiëne en gezondheid veel met elkaar te maken hadden. Afval, uitwerpselen en andere rommel werden door iedereen op straat gegooid.