Aardbevingen

Hoe ziet de aarde eruit?
De aarde lijkt een grote, harde, stenen bal. Maar dat is niet zo! Hoe dieper je in de aarde komt, hoe warmer het wordt. Als steen erg heet wordt, smelt het. Steen wordt vloeibaar bij 1300 graden. Zo heet is het op een diepte van 50 kilometer, dat is in de mantel. In de mantel is het steen nog niet vloeibaar. Dit komt door de hoge druk van binnenuit. Het binnenste van de aarde is nog veel heter: bijna 7500 graden!
 

Wist je dit al?

 Van buitenaf kun je zien hoe dik de aardkorst is. Dat komt doordat de aardkorst drijft. De stukken die het dunst zijn, liggen ook het laagst. De stukken aardkorst die het dikst zijn, liggen het hoogst. Net als een ijsberg. De lage delen staan onder water. Dus waar je nu zee ziet, is de aardkorst dun. De dikste stukken aardkorst zijn gebergten.

 

Het meest hebben we te maken met de koele harde schil: de aardkorst. Daar wonen we op. De aardkorst is niet overal even dik. Op de dikste plekken is de aardkorst ongeveer zeventig kilometer dik. Maar op de meeste plekken is de aardkorst veel dunner: vaak minder dan tien kilometer. Dat lijkt veel, maar het is in vergelijking veel dunner dan de schaal van een ei. En net als een eierschaal kan breken, zo kan de aardkorst dat ook. Op de allerdunste plekken komt er zelfs gesmolten steen naar buiten (magma zie vulkanen).
 

Hoe ontstaat een aardbeving?
De buitenste rand van de aarde heet de aardkorst. De aarde heeft zo meerdere lagen, die ook wel platen heten. Op het onderstaande afbeelding kun je goed zien dat de aarde uit 7 platen bestaat en waar ze liggen. Die platen worden door taai, vloeibaar gesteente in de aardmantel de hele tijd langs elkaar, tegen elkaar of uit elkaar geduwd. De platen verschuiven constant, wel 2 tot 12 centimeter per jaar. Door deze verschuivingen trilt de aarde en dit noemt men een aardbeving.

Komen aardbevingen vaak voor?
Een aardbeving lijkt iets bijzonders. Maar dat is het niet. Elke minuut is er wel één ergens op aarde. Meer dan duizend per dag! De meeste zijn kleintjes. Daarover lees je niet in de krant. Van echte zware aardbevingen zijn er zo'n twintig per jaar. Toch zie je ook die niet allemaal op het Jeugdjournaal. Als ze in een onbewoond gebied zijn of op de zeebodem merkt bijna niemand er iets van.

Waar komen ze vaak voor?
Er zijn gebieden op aarde waar aardbevingen vaak voorkomen. Californië en Japan bijvoorbeeld. Maar ook dichter in de buurt, zoals Griekenland, Italië en Turkije. Zulke gebieden noem je aardbevings-gebieden. Aardbevingen hoeven niet altijd op het land te zijn. Ook de bodem van de zee kan beven. Dat zijn dus eigenlijk zee-bevingen. Als je voor elke aardbeving (en zee-beving) een stip op de wereldkaart zou zetten, zie je dat die niet zomaar verspreid zijn. Ze liggen in rijen. Dat is niet zo heel vreemd, dat zijn de plekken waar de aardplaten tegen elkaar aan botsen.

 

 

Zijn er ook aardbevingen in Nederland?
Nederland ligt niet aan de rand van een aardplaat. Dus ook niet in een aardbevings-gebied. Toch komen ze hier heel soms wel voor. Door de aardplaat waarop wij wonen lopen namelijk wel wat kleinere scheuren. Onder Oost-Brabant bijvoorbeeld. Ook daar beweegt de aardkorst wel eens. Dat kan dan een aardbeving geven. Meestal zo licht dat bijna niemand ze opmerkt. Maar in de nacht van 1992 was er een aardbeving waardoor veel Nederlanders wakker geschud werden. In Limburg was er veel schade aan huizen. Gelukkig raakte niemand gewond.
 

Hoe kun je ze meten?
Meneer Richter was een Amerikaanse geleerde. Hij bestudeerde aardbevingen. In 1935 verzon hij een 'schaal'; getallen die aangeven hoe sterk een aardbeving is. De schaal begint bij 1 en eindigt bij 8. Je zou denken dat een aardbeving van 2 ook twee keer zo sterk is als een aardbeving van 1. Maar dat is niet zo. Eén hoger betekent 30x zo sterk. Twee hoger betekent 30 keer 30 zo sterk. Zes op de schaal van Richter is dus 900 keer zo sterk als vier! Soms hoor je op het nieuws: 'zes komma vijf op de schaal van Richter'. Dat betekent tussen zes en zeven in.

De schaal van Richter


 

Wat gebeurt er allemaal door een aardbeving?
Niet alleen huizen en bruggen storten in, er gaat nog veel meer kapot! De stroom kan uitvallen. Ook gasleidingen kunnen stuk gaan. Eén vonkje en het gas ontploft! Een aardbeving kan zelfs zorgen voor een overstroming! Want door het trillen kan een dam breken en zo het water over het land uitspuwen. Of losse zandbodems zakken in. Het grondwater wordt dan naar boven geduwd en zorgt voor spuitende grondwater of drijfzand. En in de bergen veroorzaakt een beving vaak een lawine. Bij een zware aardbeving gebeuren dus allerlei rampen achter elkaar.