Verkeersregels

                      Tip voor de leerkracht een Verhaal met verkeersregels                       

 

Tip 1 Voorrang geven

Geen voorrang geven: doe dat maar in de supermarkt met je winkelwagen. En verder…. Rijd voorzichtig naar een kruispunt toe. Let goed op de borden en verkeerslichten. En kijk goed naar rechts, naar links en nog een keer naar rechts. En steek over.

 

Tip 2 Niet plotseling oversteken.

Wees geduldig, want een auto is altijd sneller dan je denkt. Plotseling oversteken betekent dat een ander plotseling moet remmen. Gok jij daarop?

 

Tip 3  Niet door rood licht rijden

Door rood rijden: nooit doen! Zonde! Rood is een mooie kleur om effe bij uit te rusten.

 

Tip 4 Voldoende rechts rijden.

Zo breed ben je niet! Houd zo veel mogelijk rechts en slinger niet. Geeft het nader verkeer de ruimte!

 

Tip 5 De bocht goed nemen.

Maar de bocht naar rechts zo kort mogelijk. Maar de bocht naar links heel groot, ander breng je het verkeer in nood.

 

Voor voetgangers

 

Tip 6 Voorzichtig over steken

Blijf staan als je niet zeker weet hoe hard iemand op je af rijdt. Vertrouw nooit op de remmen van een ander!

Voetgangers horen niet bij de voorrangsregels. Voetgangers horen wel bij de regel: rechtdoor op dezelfde weg gaat voor.

   

Tip 7 Weggebruikers

Weg gebruikers moeten het andere verkeer, ook voetgangers voor laten gaan als ze:

-          weg rijden

-          een uitrit uitrijden of inrijden

-          keren op de weg.

  Tip 8 Met z´n twee-en fietsen

Je mag alleen met z’n twee-en naast elkaar fietsen als je anderen niet hindert. Neem de bocht naar links zo groot mogelijk. Neem de bocht naar rechts zo klein mogelijk.  

Als je samen fiets, rijd je alleen naast elkaar als dat veilig kan.

 

  Tip 9 Fiets gevaar

Je moet altijd minstens één hand aan het stuur hebben.

Je mag je op de fiets niet door een bromfietser laten trekken of duwen.

Gebruik je bel als er gevaar dreigt.  

.

  Tip 10 Betekenis Verkeersborden

‘Let op, kijk uit’ borden zijn: drie hoekig met een rode rand.  

‘ Hier is’ – borden zijn: blauw met een witte rand  

‘Hier mag ik niet’ – borden zijn: rond met een rode rand.  

‘Hier moet ik’ – borden zijn: rond en blauw.

 

Rij richtings borden zijn rond, en blauw met een witte rand.  

Zij betekenen: hier moet ik………

De pijlen geven de richting aan waarin je moet rijden.

De borden gelden niet voor voetgangers

Tip 11  Ga je met je fiets rechtsaf?

Kijk over je rechterschouder.

Steek dan je rechterarm uit.

Maak een kleine bocht.

Goed zo!

Als je gaat fietsen, rijd je zoveel mogelijk rechts.

Tip 12  Links afslaan?

Kijk achterom en laat ander verkeer voorgaan;

Dat is zeker niet dom!

Geef dan duidelijk de richting aan.

Alleen als het veilig is, sorteer je voor. Nu kun je met een wijde bocht naar links gaan.

Veel plezier, rijd maar vrolijk door.