Beantwoord de 8 vragen.

Lees hier jouw score! Aantal vragen dat je in één keer goed hebt beantwoord:

1. Peter ziet dat de beide voetgangers willen oversteken. Wat moet hij nu doen?

2. Er komt een auto van rechts. Moeten de fietsers voorrang geven aan de auto?

3. Vier fietsers. Ze gaan straks het fietspad op. Moeten ze dat beslist?


4. Anne en Hanneke fietsen een eenrichtingsweg in. Wat moeten ze doen?

 

5. Jarno rijdt op het verkeersplein. Hij wil eraf. Is het goed dat Jarno zijn hand uitsteekt?


6. De trein raast voorbij. Welke zin is waar?


7.Tamara en Grietje willen gewoon rechtdoor. Er komt een auto uit de zijweg.Wat moeten de meisjes doen?


8. De beide jongens steken over. Het voetgangerslicht is nu nog groen. Wat kunnen ze het beste doen als het voetgangerslicht NU rood wordt of gaat knipperen?