Een pomp in je lijf

Het hart ligt iets links van het midden in je borstkas. Per minuut trekt het hart ongeveer 80 tot 100 keer samen. Op die manier wordt je bloed steeds door je hele lijf gepompt. Als je een hand op je borstkas legt, merk je dat deze pomp hard werkt. Wat je voelt, zijn de hartslagen.

Je hart pompt het bloed dag en nacht door je lichaam. Dat moet wel, want het bloed geeft zuurstof af aan de hersenen, organen en spieren. Die kunnen zo goed blijven werken, ook als je slaapt.

Het bloed stroomt door bloedvaten. Daarvan heb je twee soorten: slagaders en aders. In slagaders stroomt het bloed van het hart weg. In aders stroomt het bloed naar het hart toe. Voordat het bloed de hele reis door het lichaam heeft afgelegd, komt het twee keer door het hart. Een keer legt het een korte weg af, dat heet de kleine bloedsomloop. In de kleine bloedsomloop stuurt het hart bloed naar de longen om zuurstof op te halen en afvalstoffen kwijt te raken.

Dan komt het bloed in de grote bloedsomloop en maakt het een lange reis door je lijf. Het bloed bevat nu heel veel zuurstof. Een speciale slagader voert het bloed door het hele lichaam. Deze slagader heet dan ook wel de ‘lichaamsslagader’ of ‘aorta’. De aorta vertakt zich in slagaders naar alle delen van je lichaam. Daar splitsen de slagaders zich steeds verder tot haarvaten. In de haarvaten geeft het bloed zuurstof af aan de hersenen, de organen en spieren, en neemt het afvalstoffen op. De haarvaten komen weer bij elkaar in de aders. Die brengen het bloed weer terug naar het hart. Het bloed bevat nu weinig zuurstof en komt weer in de kleine bloedsomloop. Nu begint het bloed aan een nieuwe ronde.

Ook het hart zelf heeft veel zuurstof nodig om zo hard te kunnen pompen. Speciale slagaders zorgen hiervoor. Deze slagaders zijn zijtakken van de aorta. Omdat ze als een krans om het hart liggen, noemen we ze de ‘kransslagaders’.