|
| |
 |
Heb
jij mij wel eens gezien? Ja? Dan heb je geluk gehad.
Want ik verstop mij altijd op vochtige plekjes.
In de lente gaan wij naar het water, om de eitjes te leggen.
|
|
Zoals
je op het plaatje kunt zien ben ik heel goed verstopt. Mijn moeder legt
wel 300 eitjes. En die eitjes die vouwt ze in een blaadje. Dat is heel
veel werk.
In
het echt ben ik nu ongeveer even groot als de kop van een lucifer.
|
Dit eitje ben ik. |
 |
Na een
week wordt het eitje wit, en na 16
dagen is het eitje twee keer zo groot
geworden. Ik ben nu al duidelijk te zien. Aan beide kanten van mijn kop
zitten twee
bobbels, dat worden mijn kieuwen. Met
kieuwen kan ik onder water ademen. Als ik uit het vliesje knap, dan heet
ik een larf. |
| Ik ben
nu heel licht van kleur. Je kijkt bijna door mij heen. Ik kan niet goed
zwemmen, dus ik laat mij vaak naar de bodem zakken. |
 |
 |
Ik krijg
steeds meer kleur. Mijn
kieuwen kun je nu goed zien, het lijken net wortels van een boom. Ik krijg
ook al voorpoten. |
|
Ik
ben nu acht weken oud, en bijna net zo groot als een lucifer. Mijn kieuwen
worden kleiner, en ik krijg longen. Ik moet nu dus elke keer naar boven om
lucht te happen.
Je ziet dat ik erg gegroeid ben, dat komt omdat ik veel eet. Op het
plaatje eet ik een worm.
|
 |
 |
Nu is
het zomer. Ik ben een echte salamander geworden. Mijn kieuwen zijn
helemaal verdwenen. Als jij het goed vindt ga ik nu lekker een vochtig
plekje op zoeken, want dat vind ik erg fijn. |
|