Pooltje


De eerste pooltjes kwamen aan het eind van de 19e eeuw voor het eerst in Duitsland en later in Nederland. Deze pooltjes stammen af van een engels ras. Het ras was in beide landen heel populair. Het ras werd in 1907 in Nederland erkend. Omdat op de tentoonstellingen graag een klein ras werd gezien probeerden de fokkers een zo klein mogelijk pooltje voort te brengen. Er bestaan twee soorten pooltjes. De roodogige en de blauwogige pool. Er is een klein karakterverschil tussen dieren met blauwe en rode ogen. De blauwogige pooltjes zijn wat levendiger. Pooltjes zijn een van de populairste rassen van de wereld. Niet alleen fokkers zijn dol op dit ras maar je kunt een pooltje ook heel goed als huisdier houden.

Uiterlijke kenmerken:

Pooltjes hebben een korte nek. De pootjes zijn fijn en recht en de voetjes zijn kort. Het kopje is bolrond, met een breed voorhoofd en brede wangen. De ogen zijn aardig groot en bol. De oren zijn erg smal. Ze staan dicht tegen elkaar aan en hebben een lengte van 5 cm. De pooltjes wegen ongeveer 1 kilo. De beharing van het pooltje is erg kort en glanzend, heeft veel onderwol en voelt zacht aan.

 

Terug naar de vorige pagina