![]()
Alle luiten hebben
een klankkast en een hals, en dragen snaren die lopen van dichtbij de onderkant
van de klankkast langs de volle lengte naar de bovenkant van de hals.
Al deze instrumenten hebben dus een hals waarover de snaren gespannen worden.
De toonhoogte wordt bepaald door de plek waar je de snaar indrukt. Er zijn veel
verschillende instrumenten die bij deze groep horen, de belangrijkste verschillen
zijn:
Je hebt fretloze instrumenten (zoals de
viool), waar je op elke plek de snaar kunt verkorten door je vinger erop
te plaatsen.
Maar je hebt ook gefrette instrumenten (zoals de gitaar). Hier is de hals
d.m.v. frets (dit zijn dwars over de hals lopende metalen richels) verdeeld
in vakjes. Op dit soort instrumenten moet je een snaar indrukken tussen
de frets.
De snaren van deze groep instrumenten worden in trilling gebracht door het tokkelen met de vingers of met een plectrum (dit is een schijfje van kunststof, vroeger ivoor) of door het strijken met een strijkstok.
Een luit uit de Renaissance

![]()