De dansschoentjes

 

r was eens een koning die twaalf dochters had, de één was nog mooier dan de ander. Ze sliepen allemaal in één kamer en elke nacht sloot de koning de deur af met zeven sloten om er zeker van te zijn dat zijn dochters er niet stiekem op uit zouden gaan.

Maar het had geen zin, want iedere ochtend zagen de dansschoentjes er afgedragen uit alsof ze de hele nacht ergens hadden gedanst.

p een dag liet de woedende koning in het hele land bekend maken dat diegene die kon ontdekken waar de prinsessen elke nacht gingen dansen, met één van zijn dochters mocht trouwen en koning zou worden.

 

Overal kwamen de prinsen en ridders vandaan om de dochters van de koning te bewaken. 

Ze gingen om beurten bij de deur van de slaapkamer staan, maar ieder keer als de klok middernacht sloeg gebeurde hetzelfde. 

llemaal werden ze slaperig en sloten ze hun ogen. En ze sliepen en sliepen en sliepen….

’s Morgens waren de dansschoentjes weer net zo vies als anders. De ene na de andere prins werd door de koning het land uit gezet, omdat het hen niet gelukt was om er achter te komen waar de prinsessen heen gingen.

 

p een dag zat de koning op zijn troon te jammeren en te klagen over zijn dochters, toen er een arme soldaat langs liep. 

Hij hoorde het gejammer en dacht: ‘waarom zou ik het niet eens proberen.’ En hij liep naar de paleispoort.

   Verder