
De heks viert feest
Vaardigheid: een klank in een woord toevoegen, weglaten of vervangen (wisselrijen).
Doel: de leerlingen laten de (begin)klank van een woord weg.
Materiaal: -
Voorbereiding: -
Aandachtspunten:
Werkwijze:
Inleiding
Vertel de leerlingen het volgende verhaal:
In het grote sprookjesbos wonen heel veel heksen. Heks Pas is jarig en geeft een feest. Zij nodigt alle heksen uit. Als de heksen komen, begroet Heks Pas haar heksenvrienden vrolijk. Heks Hocus is er als eerste. Hé ocus, wat leuk dat je er bent ! zegt heks Pas. Heks Hocus kijkt wat verbaasd. Ocus, ocus? Ik heet geen ocus maar ik heet Hocus. Heks Pas hoort het niet. Haar volgende gast komt er aan. Hé ilatus, wat zie je er mooi uit! ilatus, ilatus? Ik heet geen ilatus, ik heet pilatus. De derde gast is een heks op een bezemsteel. De heks op de bezemsteel heeft zich gehaast. Zij heeft een rode kop en komt hijgend binnen. Hé, eks, heb je hard gerend? vraagt heks Pas. De heks kijkt heks Pas boos aan: dit doe jij nou altijd!.
Vraag de leerlingen wat de heks op de bezemsteel hiermee bedoelt. Wat doet Heks Pas altijd?
Kern
Vraag de leerlingen een aantal heksen te noemen die ook op het feest van de Heks Pas komen. Welke klank laat Heks Pas telkens weg. Hoe zal Heks Pas ze noemen?
Afsluiting
U noemt een aantal dingen die te maken hebben met heksen. Sommige namen zegt u goed, andere niet. De leerlingen gaan staan of klappen in hun handen als het voorwerp dat een heks gebruikt niet volledig is. Ze noemen de klank die erbij moet en herhalen het goede woord. Bijvoorbeeld: (k) ookpot, (b) ezemsteel, (t) overspreuken, (k) at, (t) overhoed, (w) ratten, (m) uizen, (t) overdrank) etc. Probeer zoveel mogelijk verschillende beginletters te gebruiken.