Doe, zeg en zing me na!

 

Vaardigheid: luisteren.

 

Doel: de leerlingen zeggen of zingen vreemde geluiden, woorden en zinnen (bijvoorbeeld in een vreemde taal of zelfbedacht) na.

 

Materiaal: versjes- gedichtenbundel of liedjesboek of zelfbedachte teksten.

 

Voorbereiding: verzamel versjes, liedjes en gedichtjes met veel rare geluiden, woorden of in een vreemde taal. 

 

Aandachtspunten: 

 

Werkwijze: 

 

Inleiding:

Vertel de leerlingen dat u steeds gekke geluiden gaat maken. De leerlingen moeten dan goed luisteren en u nadoen. Varieer in ritme, volume en korte en lange regels.

Leerkracht: Oere Woera wara

Leerling: Oere Woere Wara

Leerkracht: Wedi Wadi Nara

Leerling; Wedi Wadi Nara 

 

Kern

Oefen nu samen met de leerlingen een versje of liedje met rare woorden of in een vreemde taal. Zeg of zing het zelf een keer helemaal. Laat daarna regel voor regel de leerlingen het nazeggen of zingen. En daarna in zijn geheel.

Als je in het thema sprookjes werkt kun je de leerlingen vertellen dat een tovenaar gevraagd heeft of de kinderen samen met jou kunnen oefenen met het uitspreken van een toverspreuk.

doerie woerie snare

doerie woerie da

Ibbie wali boere

ibbi wali ka

sneri snari snore

sneri snari sna

Als je niet in het thema sprookjes werkt dan kun je ook Engelstalige liedjes nemen of vader Jacob:

Frère Jacques (2X)                                                                                                 

Dormez vous (2X)

Sonnez les Matines (2X)

Din don don (2X)

of:

Row row row your boat, gently down the stream.

Merrily, merrily, merrily, merrily, life is but a dream.

 

Afsluiting

Laat nu de leerlingen zelf toverspreuken van rare woorden bedenken die de andere leerlingen om de beurt moeten nazeggen.