
Gebarentaal
Vaardigheid: luisteren.
Doel: de leerlingen onderscheiden auditief (op gehoor) één of meer trefwoorden in een reeks van woorden of zinnen.
Materiaal: sprookjesboek.
Voorbereiding: kies een sprookjesverhaal waarin bepaalde namen of woorden vaak voorkomen.
Aandachtspunten:
Ga met de leerlingen in een kring zitten.
Noteer na afloop welke leerlingen moeite hebben met het auditief (op gehoor) herkennen en onderscheiden van bepaalde trefwoorden.
Werkwijze:
Inleiding
U zegt: We spreken samen een woord af. Dat is Alladin. Ik ga nu allerlei woorden noemen. Telkens als jullie het woord Alladin horen, klappen jullie in de handen. Doe hetzelde met een ander trefwoord die voorkomt in het verhaal.
Kern
Leg uit dat u zodadelijk een verhaal gaat vertellen. De leerlingen moeten goed luisteren. Elke keer als ik het woord tovenaar zeg maken jullie een gebaar. Oefen met de leerlingen een paar zinnen. Lees het verhaal voor. Stop na een paar alineas. Spreek nog een aantal worden en gebaren af. Bij dit verhaal zou je de volgende woorden goed kunnen gebruiken: Alladin, lamp, geest, toverring en sultan.
Het verhaal:
Aladdin en de wonderlamp
Midden in donker Afrika woonde een machtige tovenaar die een toverring bezat. Als hij de ring driemaal ronddraaide verscheen er een geest met een tulband op, die heel diep boog en zei. Ik ben de slaaf van de ring: ik doe wat u beveelt!
Op een dag vroeg de tovenaar aan de geest van de ring wie de machtigste op de wereld was. De geest antwoordde: In het Verre Oosten bevindt zich een onderaardse grot met een tovertuin. Hier staat een heel gewone oude olielamp te branden. Als iemand over die lamp wrijft komt mijn broer, te voorschijn. Hij is duizend malen machtiger dan ik ben. Maar in de sterren staat geschreven dat de enige die deze grot kan betreden een zekere Aladdin is, de zoon van een arme weduwe in een ver oosters land. Als die jongen weer levend de grot uit wil komen, moet hij uw toverring aan zijn vinger dragen. Toen de tovenaar die hoorde gaf hij de slaaf van de ring onmiddellijk het bevel hem naar de stad te brengen waar Alladin woonde.
Vervolgens verkleedde hij zich als een rijke koopman en ging op bezoek bij Alladins moeder. Ik ben lang geleden vertrokken broer van uw overleden echtgenoot, zei hij. Jarenlang trok ik de wereld rond, maar nu ben ik naar mijn geboortestad teruggekomen om uw zoon, mijn neef dus, te helpen zijn fortuin te maken. Vertrouw de jongen aan mijn zorgen toe en ik maak hem rijk man. De arme weduwe stemde toe en zo trok Alladin met zijn zogenaamde oom de wijdde wereld in.
Toen zij de wijde wereld introkken kwamen Alladin en de tovenaar bij een hoge bergketen. Hier mompelde de tovenaar enkele geheime spreuken en plotseling verscheen voor hen de ingang van een onderaardse grot. Ga hierin en neem voor mij een oude lamp mee, die zult vinden in de tovertuin, zei de tovenaar tegen de jongen. Maar als je leven je lief is, raak dan niets anders aan! Met deze woorden schoof hij de toverring aan Alladins vinger en de jongen klom de grot binnen.
Overal in het rond lagen goud en parels, maar Alladin besteedde er geen aandacht aan een haastte zich voort door de onderaardse gangen tot hij bij de tovertuin kwam, die werd bewaakt door twee stenen honden. Hij greep vliegensvlug de lamp uit het nis in de muur en rende terug. Toen hij zich langs de bloeiende gouden bomen wrong bleven er enkele juwelen aan zijn blouse hangen. Bij de uitgang gekomen riep Alladin. Help me, oom! Ik kan niet alleen naar boven klimmen! Maar de tovenaar zei tegen hem dat hij hem eerst de lamp moest aanreiken. De jongen zag de begerige, kwaadaardige blik in de ogen van de man en aarzelde. De tovenaar werd kwaad en mompelde enkele spreuken. Toen sloot de grond zich boven Alladins hoofd. Gehuld in een rookwolk vloog de tovenaar terug naar Afrika. Alladin zat gevangen in de grot.
Alladin zat in de donkere grot en zou het liefst een deuntje zijn gaan huilen. Opeens, zonder dat hij het merkte, wreef hij met zijn hand over de lamp. Vlak voor hem verrees een verschrikkelijke geest. Hij boog diep en zei; Ik ben de slaaf van de lamp, Meester, ik zal al uw wensen vervullen! Toen Alladin een beetje van zijn verbazing bekomen was gaf hij de geest het bevel hem terug naar huis te brengen. Nauwelijks was hij uitgesproken of hij stond al in de gang van zijn huis. Zijn lieve moeder kwam aangesneld om hem te omhelzen. Vanaf die tijd ontbrak het Alladin en zijn moeder aan niets. De slaaf van de lamp voerde al hun wensen uit en ze leefde nog lang als vorsten.
Op een dag zag Alladin in de stad een beeldschoon meisje, de dochter van de sultan. Hij werd direct verliefd op haar. Ga naar het paleis van de sultan, geef hem de edelstenen die ik uit de betoverde tuin heb meegenomen en vraag of ik met zijn dochter mag trouwen, zei hij tegen zijn moeder. Zijn moeder aarzelde, maar ging tenslotte toch naar het paleis. Toen de sultan de juwelen zag, kon hij zijn ogen niet geloven. Uw zoon moet nog rijker zijn dan ik, zei hij. Zeg hem dat hij mijn dochter mag huwen als hij vannacht een gouden paleis voor haar bouwt. Toen Alladin dit hoorde, glimlachte hij, wreef over de oude lamp en gaf de geest het bevel te doen wat de sultan had gezegd. Toen de ochtend aanbrak stond naast het paleis van de sultan een paleis van puur goud, zoals nog nooit iemand had gezien. Zonder verder uitstel schonk de sultan Alladin de hand van zijn dochter.
Alladin en zijn beeldschone bruid leefden in geluk en voorspoed. Maar op een dag kwam zijn geluk die boze Afrikaanse tovenaar ter ore en hij reisde direct af om de wonderlamp te bemachtigen. Toen Alladin op een dag was uitgegaan om te jagen, verkleedde de tovenaar zich als marskramer en riep hij hard onder het raam van het paleis; Nieuwe lampen in ruil voor oude! Toen Alladins vrouw dat hoorde herinnerde ze zich de oude lamp die in de kamer van haar man hing. Ze stuurde een van de bedienden naar beneden om hem aan de marskramer te geven in ruil voor een nieuwe lamp.
Nu bezat de tovenaar datgene waar hij zolang naar had verlangd. Onmiddelijk wreef hij over de lamp en gaf hij de machtige geest het bevel om Alladins paleis met zijn beeldschone vrouw naar donker Afrika te dragen. Toen Alladin van zijn jachtpartij naar huis wilde terugkeren, werd hij bijna gek van verdriet, maar bij toeval draaide hij aan de toverring en daar stond de slaaf van de ring voor hem. Ik doe wat u wenst, zei hij een boog. Alladin was dolblij en vroeg de geest om zijn paleis en zijn vrouw terug te brengen. Toen zei de slaaf droevig: Helaas, ik kan mijn broer, de slaaf van de lamp, niet tegenwerken, want hij is machtiger dan ik. Maar ik zal u naar het huis van de tovenaar brengen. Als u de lamp terug kunt krijgen, heeft u alles wat u wenst. Hier is een flesje vergif.
Vanavond zal de tovenaar feestvieren. Laat uw vrouw het vergif stiekem in zijn wijn druppelen. Als hij dood is, bent u weer in bezit van de lamp. En zo gebeurde het. Toen de boze tovenaar door neerviel, pakte Alladin de lamp, die man onder zijn jas verborgen had, liet de geest verschijnen en gaf hem het bevel hen samen met het paleis naar zijn geboorteland terug te brengen. En daar wonen hij en zijn vrouw nog steeds heel gelukkig bij elkaar.
Afsluiting
Lees hetzelfde verhaal nog een keer of kies een ander verhaal. Spreek met de leerlingen een aantal woorden en gebaren af. U maakt nu telkens de gebaren. Laat de leerlingen om de beurt het bijbehorende woord zeggen.