
Raden maar!
Vaardigheden: analyseren van klanken in een woord.
Doel: leerlingen spreken namen van sprookjes voorwerpen en figuren klank voor klank uit.
Materiaal: plaatjes van sprookjesfiguren en voorwerpen.
Voorbereiding: verzamel voorwerpen of plaatjes van voorwerpen en figuren, die met sprookjes te maken hebben, met eenvoudige namen.
Aandachtspunten:
Ga met de leerlingen in een kring zitten.
Noteer na afloop welke leerlingen moeite hebben met het klank voor klank uitspreken van de namen van de voorwerpen.
Werkwijze:
Inleiding
In het midden van de kring liggen voorwerpen en/of afbeeldingen van voorwerpen en sprookjesfiguren. praat met de kinderen hierover en ga na of alles bekend is bij de kinderen.
Kern
Leg uit wat de bedoeling is. Om de beurt mogen de leerlingen één voorwerpen of plaatjes in hun gedachten nemen. dan mogen ze de naam van het voorwerp stukje voor stukje zeggen. De andere kinderen moeten ontdekken om welk voorwerp het gaat. Na een korte denktijd krijgt één van de andere kinderen de beurt en mag hij/zij in het geheel de naam van het voorwerp zeggen.
Afsluiting
De leerkracht neemt één van de voorwerpen in gedachten. De kinderen mogen om de beurt een vraag stellen om erachter te komen wat het is. Als de leerling die aan de beurt is het weet dan mag hij/ zij het antwoord klank voor klank uitspreken.