Sneeuwwitje
![]() |
r was eens
in een ver ver land een heel mooi prinsesje. Het
prinsesje woonde alleen met haar vader, de koning nadat haar moeder de koningin was overleden. De naam van het prinsesje was Sneeuwwitje. Haar ouders hadden haar zo genoemd omdat ze een mooie witte huid had. Op een dag riep de koning, haar bij hem in de troonzaal. "Sneeuwwitje ik moet je aan iemand vo orstellen" zei de koning. "Wat is er papa?"zei Sneeuwwitje. "Een Koning kan niet zonder Koningin en een Prinses kan niet zonder moeder, dus heb ik een nieuwe vrouw gekozen" |
van achter een deur kwam de vrouw, die zij al vaker op
het kasteel had gezien, te voorschijn. Sneeuwwitje schrok hiervan
want ze was bang voor de koude ogen van de vrouw. "Dit is mijn nieuwe Koningin en
jouw nieuwe moeder" zei de Koning. "Dag mevrouw" zei Sneeuwwitje en zij
boog zoals een echte prinses dat hoort te doen. "Noem mij maar moeder" zei de nieuw Koningin.
"Ja, moeder" stammelde Sneeuwwitje een beetje bang en onwennig.
"Wees maar niet bang Sneeuwwitje ik zal een echte moeder voor je zijn" zei de Koningin.
Sneeuwwitje keek in haar ogen en wist dat zij een boze Koningin zou worden.
"Ik voel mij moe en ik wil even naar mijn slaapkamer om wat te rusten" zei de boze Koningin.
De Koning stemde toe en de boze Koningin verliet de troonzaal.