Toverspreuken

 

 

 

Vaardigheid: rijmen.

 

Doel: de leerlingen verzinnen zelf een rijmzinnetje bij een bepaalde zin.

 

Materiaal: toverstokje.

 

Voorbereiding: begin-onzinwoorden verzinnen.

 

Aandachtspunten: noteer na afloop welke leerlingen moeite hebben met het verzinnen van een rijmzinnetje.

 

 

Werkwijze:

 

Inleiding:

U zegt telkens de eerste zin op en de leerlingen maken er om de beurt een rijmzinnetje bij. Doe dat met toverspreuken. In elk rijmzinnetje komt een dier voor. Doe er zelf een paar voor:

 

Kern:

Laat de kinderen zelf toverspreuken verzinnen. Ze mogen een eerste rijmzinnetje bedenken bij een tweede zin.

Bijvoorbeeld:

 

Afsluiting:

Laat de kinderen een eigen toverspreuk verzinnen. Help de leerlingen met een begin; bijvoorbeeld: 'Sim salla bim..' , 'Abacadrabra' , 'Hokus pokus pilatus pas' . Vervolgens geeft u een leerling een toverstokje. Het kind zegt de toverspreuk hardop en geeft daarna het toverstokje aan de volgende leerling. Schrijf de toverspreuken in een toverboek.