
Wat hoor je aan het eind, begin of midden?
Vaardigheid: Isoleren van klanken in een woord.
Doel: De leerlingen herkennen, onderscheiden en benoemen auditief (op gehoor) de eindklank, beginklank en middenklank van een woord.
Materiaal: Bord en krijt
Voorbereiding: Telkens drie woorden verzamelen dezelfde begin, midden of eindklank.
Aandachtspunten:
Werkwijze:
Inleiding
Vraag aan de leerlingen welke klank ze horen aan het eind van het woord fee en grietje. Wat horen jullie aan het eind van het woord heks en hans? Wat horen jullie aan het eind van het woord dwerg en koning?
Kern
In de eerste beurtenronde noemt u drie woorden achter elkaar op. De leerlingen moeten gaan staan als alle drie de woorden op dezelfde eindklank, beginklank of middenklank hebben.
In de tweede beurtenronde noemt u drie woorden met dezelfde beginklank, middenklank of eindklank. Welke klank hoor je aan het begin? (Welke klank hoor je aan het eind? Of welke klank hoor je in het midden?) Schrijf de woorden eventueel naderhand op het bord als visuele ondersteuning. Bijvoorbeeld muil-huis-muis Onderstreep of omcirkel de /ui/.
Muil
Huis
Muis
Woorden met dezelfde beginklank:
Woorden met dezelfde eindklank:
Woorden met dezelfde middenklank:
Afsluiting
Vraag aan de leerlingen welke klank je hoort aan het eind van het woord haar? Welke klank hoor je aan het begin van haar? Welke klank hoor ik in het midden van het woord haar? Herhaal het woord in klanken en zeg het aan elkaar en visualiseer het. Doe hetzelfde voor een paar andere woorden.