Spiegeltje,
spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land?' Hij
begreep niet waarom dat zinnetje uit het bekende sprookje ineens
in zijn hoofd zat. Het was ochtend en hij dronk net zijn kop
koffie leeg. Picasso keek geërgerd naar de enorme troep in zijn
atelier.
Aan het raam hing een spiegeltje waarin hij zich elke ochtend schoor. Langs de ruit kroop een slak naar beneden. Parijs was nog drijfnat van de regen. Pablo dacht aan Fernande met wie hij die avond naar het circus zou gaan.
'Spiegeltje, spiegeltje...' Hij maakte de zin niet af, want op dat moment viel het spiegeltje op de tegelvloer kapot. Bovenop een schilderij en vlak naast een gitaar die door de klap een zielig geluid maakte.
Hij liep er naar toe, stapte over de krant 'Le Journal' en baande zich een weg door alle troep. Hij schoof met zijn voet wat papier, lege sigarettenpakjes en rondslingerende voorwerpen opzij en pakte het spiegeltje op bij het ijzeren hengseltje.
'Spiegeltje....'. Verder kwam hij niet. Het glas lag helemaal aan diggelen. Tientallen vlijmscherpe speren staken naar alle kanten omhoog.
'Kijk maar eens goed wie de mooiste van het land is. Zo heb je jezelf nog nooit gezien. Vooruit, kijk dan!', leek het spiegeltje te zeggen.
Verbaasd keek Pablo in de scherven. Op iedere scherf was een stukje van zijn gezicht te zien. Hij keek nog eens goed. Hij was het toch echt! Een gedeelte van zijn oor, van voren gezien, een stukje wang, een ooghoek, een neusvleugel van onderen en een opgetrokken wenkbrauw.
Zo'n portret zouden alle traditionele schilders afgrijselijk vinden. Maar Pablo vond het fantastisch en was zo blij als een kind. Hij had een nieuw spel ontdekt. Met al die vlakjes kon hij alles laten zien. Hij had nu door dat op het schilderij veel meer mogelijk was. Hij kon gedeelten van de voorkant, achterkant en de zijkant van hoofden of voorwerpen naast elkaar afbeelden. Dat zou later 'kubisme' genoemd worden.