Beoordeling

In het volgende schema kunnen jullie zien waar jullie dierentuin op wordt beoordeeld:

Onderdeel Waar moet je op letten?
Inrichting van de dierentuin. Plaatsing van de dierenverblijven en de paden waarover de mensen kunnen lopen.

Ook moet er een logische volgorde zijn in de overgang tussen de verschillende dierenverblijven. Je zet bijvoorbeeld geen pinguïns, olifanten en kamelen naast elkaar.

Let ook op de plaatsing van restaurants, toiletten, speeltuin, in- en uitgang etc.

Vormgeving Jullie dierentuin moet er mooi en interessant uitzien, want stel je voor als er daardoor helemaal geen mensen komen kijken naar jullie dieren. Plaats dus bomen, struiken, borden etc.
Verschillende dieren

Plaats minimaal 8 soorten dieren in de dierentuin!

Jullie moeten zorgen dat er veel verschillende dieren aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan zoogdieren, vissen, reptielen etc. Maar let ook op de afkomst van de dieren bijvoorbeeld: een ijsbeer van de noordpool en een kameel uit de woestijn.
Taakverdeling Iedereen besteed ongeveer evenveel tijd aan de opdracht. Zorg ervoor dat jullie de taakverdeling op tijd inleveren bij jullie leerkracht.