Leerkracht
Deze webkwestie is gemaakt voor de leerlingen van groep 6. Het onderwerp komt vaak aan bod, maar dit is vaak alleen uit het boek. De leerlingen gaan bij deze webkwestie zelf proefjes en onderzoeken doen. Zelfs gaan de leerlingen een eigen weerbericht maken en dit gaan ze dan presenteren.
In deze webkwestie komen de volgende punten aan de orde:
Leerlingen en vakgebied
Deze webopdracht past goed in de natuuronderwijsles van groep 6 bij het onderwerp 'het weer'. De leerlingen moeten vooral creatief zijn en moeten ook kunnen presenteren.
Einddoelen
Verwerking
Opdracht 1
Stap 1:
Start het filmpje.
stap 2:
Start nog een keer het filmpje. Je gaat namelijk zelf de proef uitvoeren, let goed op de benodigdheden en de werkwijze en noteer dit.
stap 3:
Pak alle benodigdheden en ga aan de slag!
Opdracht 2
Stap1: Zoek meer informatie over wind. Ga hiervoor naar de infobronnen.
Stap 2:
Nu jullie deze informatie hebben gelezen over wind kunnen jullie er natuurlijk ook iets over maken. Wat jullie nu gaan maken is een windwijzer. Wat is nu precies de bedoeling. Je pakt een stuk karton van ongeveer 10 bij 30 cm, een schaar, een dop van een balpen, een breinaald, paperclips en plakband.
1. Teken een pijl op het karton en knip het uit.
![]() ![]() |
2. Maak de dop van de balpen, in het midden van de pijl vast aan het karton.
3. Zet de windwijzer op de breinaald.
4. Zorg ervoor, met paperclips, dat hij makkelijk draait.
5. Zorg voor een stevige voet waar de windwijzer op kan staan, bijvoorbeeld een baksteen of een stuk klei.
6. Nu is de windwijzer klaar. Maar nu weet je nog niet wat het noorden, zuiden, oosten en het westen is. Hier heb je een kompas voor nodig. Pak het kompas uit je klas en ga met het kompas naar buiten toe. Als het pijltje op het streepje wijst weet je waar het noorden is. Zet met stoepkrijt een streep op het schoolplein waar het noorden is. Nu kun je ook een streep zetten voor het zuiden, oosten en het westen.
7. Nu pakken jullie de windwijzer en gaan kijken waar de wind vandaan komt. Let daarbij op dat de pijl wijst waar de wind naartoe waait. De wind komt dus uit de tegenovergestelde richting.
7. Nu weet je waar de wind vandaan komt en dit schrijf je op in het werkblad.
Opdracht 3
Stap 1:
Zoek informatie over hoe het komt dat wind waait. Kijk hiervoor bij infobronnen.
Stap 2:
Het is belangrijk om te weten of er een rustige wind is of een sterke wind. Om dit te weten te komen moet je een windkrachtmeter hebben. Omdat wij dit niet hebben mogen jullie deze gaan maken. Wat moet je doen. Jullie hebben een stuk karton van ongeveer 20 bij 25 cm nodig, een stuk karton van ongeveer 5 bij 12 cm, een schaar, een rietje of een opgerold stuk papier, een rechtgebogen grote paperclip, een meetlat of een stok, plakband.
1. Schuif de paperclip op het kleine karton
2. Prik de rechtgebogen paperclip rechts bovenin door het grote karton
3. Maak het kleine karton met behulp van de paperclip vast aan de rechtgebogen paperclip
4. Maak de meetlat of stok onder aan het grote karton vast
5. Maak een schaal op de windkrachtmeter om de windsterkte te meten
6. Houd de windkrachtmeter in de richting van de wind en nu kun je zien hoe sterk de wind is
7. Schrijf op je werkblad hoe sterk de wind is.
Opdracht 4
Stap 1:
Zoek via een zoekmachine op internet naar informatie over onweer. Wat moet je doen als het onweert en wat juist niet? Zoek hier plaatjes over en print ze uit.
Stap 2:
Jullie zijn meer te weten gekomen over onweer. Onweer is heel gevaarlijk en het is daarom belangrijk om te weten wat je nu wel en wat je nu niet moet doen tijdens onweer. Bij deze opdracht gaan jullie twee collages maken wat je moet doen als er onweer is. Jullie hebben 2 stukken karton nodig, schaar, de plaatjes van internet, plaksel, stift.
1. Jullie pakken het karton en schrijft op het ene karton 'wat je niet moet doen als het onweert' en op het andere 'wat je wel moet doen met onweer'.
2. Jullie knippen de plaatjes uit en sorteren de plaatjes in twee groepen. Een groep is wat je niet moet doen tijdens onweer en de andere groep is wat je wel moet doen tijdens onweer.
3. Jullie plakken de plaatjes bij 'wat je niet moet doen als het onweert' en bij 'wat je wel moet doen met onweer'.
4. Als jullie klaar zijn kijkt je juf of meester je kunstwerk na en hangt het op in de klas.
Opdracht 5
Stap 1:
Jullie gaan nu echt het weer voorspellen als een echte weerman of vrouw! Jullie weten nu dat je niet zomaar het weer kan voorspellen maar dat je daarvoor eerst van alles uit moet zoeken.
Bij deze opdracht heb je het werkblad 'hoe is het weer?' nodig. Deze heeft je juf of meester.
Stap 2:
Ga aan de slag met het werkblad, volg alle stappen en noteer de antwoorden op het werkblad. Deze antwoorden heb je namelijk nodig om je weersvoorspelling te kunnen presenteren.
Stap 3:
Jullie hebben het werkblad helemaal klaar en ingevuld. Het is de bedoeling dat je dit gaat presenteren als een echte weerman of weervrouw. Jullie hebben dit vast wel eens op televisie gezien en ga dit nu in tweetallen voorbereiden.
Stap 4:
Overleg met de juf of meester wanneer jullie dit gaan presenteren.
Info-bronnen
Materialen die nodig zijn:
wolken: filmpje, lege fles met dop, bakje water en lucifers.
windkrachtmeter: een stuk karton van ongeveer 10 bij 30 cm waar de pijl op getekend wordt, de pijl, een schaar, een dop van een balpen, een breinaald, paperclips en plakband, werkblad.
windwijzer: een stuk karton van ongeveer 20 bij 25 cm nodig, een stuk karton van ongeveer 5 bij 12 cm, een schaar, een rietje of een opgerold stuk papier, een rechtgebogen grote paperclip, een meetlat of een stok, plakband, werkblad.
Werkblad windkrachtmeter / windwijzer
collage: internet, boekjes, tijdschriften, 2 stukken karton, schaar, plaksel, stift.
weer voorspellen: werkblad 'hoe is het weer?'
Beoordeling:
Uitvoering door (hoeveel) leerlingen: 2
|
Aandachtspunten: |
Dan kun je op de volgende items letten: |
| Mondelinge presentatie |
Gebruik
van de stem (variatie in toonhoogtes) Enthousiasme Uitspraak (verstaanbaar) Organisatie De opdrachten verwerken in de presentatie |
| Creatieve producten |
Verrassend Technische kwaliteit Ziet er verzorgd uit |
| Samenwerking |
Overleg Verantwoordelijkheid nemen Conflict oplossend Goede afspraken maken onderling |
| Ontwerp |
Goede
instructies gevolgd Creatieve oplossing |
| Analyse |
Verzamelde
gegevens en wijze van analyseren Gevolgtrekking |
| Beoordeling |
De
goede elementen betrokken De goede volgorde van criteria hanteren |
| Journalistiek |
Stiptheid Organisatie Volledigheid |
| matig (8) | voldoende (14) | goed (20) | |
|
opdracht
1 De wolk maken maximaal 20 punten |
Ze hebben de instructies niet goed gevolgd. Het ziet er niet netjes uit en de samenwerking verliep niet soepel. De materialen zijn niet netjes opgeruimd. |
Hier en daar zijn er wat foutjes gemaakt bij de instructie. De samenwerking verliep goed en de leerlingen maakten afspraken. De leerlingen ruimden de materialen op, maar hier en daar bleef nog wat liggen.
|
Ze hebben de instructies goed gevolgd. De proef is gelukt. De samenwerking verliep perfect en de materialen zijn keurig netjes opgeruimd. Het zag er allemaal verzorgd uit. |
|
opdracht
2 Windwijzer maken maximaal 20 punten |
Ze hebben de instructies niet goed gevolgd. De proef is niet geslaagd. De samenwerking verliep niet goed en ze namen geen initiatieven. De leerlingen hebben geen goede afspraken gemaakt. Het werkblad is niet volledig ingevuld.
|
Hier en daar zijn er wat foutjes gemaakt bij de instructie. De proef is wel geslaagd. De samenwerking ging goed en de leerlingen maakten afspraken. Ook namen de leerlingen verantwoordelijkheid. Het werkblad is goed ingevuld. |
Ze hebben de instructies goed gevolgd. De proef is gelukt. De samenwerking verliep perfect. De leerlingen maakten goede afspraken met elkaar en namen zelf initiatieven. Ook zijn de materialen keurig netjes opgeruimd.
|
|
opdracht
3 Windkrachtmeter maken maximaal 20 punten |
Ze hebben de instructies niet goed gevolgd. De proef is niet geslaagd. De samenwerking verliep niet goed en ze namen geen initiatieven. De leerlingen hebben geen goede afspraken gemaakt. Het werkblad is niet volledig ingevuld.
|
Hier en daar zijn er wat foutjes gemaakt bij de instructie. De proef is wel geslaagd. De samenwerking verliep goed en de leerlingen maakten afspraken. Ook namen de leerlingen verantwoordelijkheid. Het werkblad is goed ingevuld. |
Ze hebben de instructies goed gevolgd. De proef is gelukt. De samenwerking verliep perfect. De leerlingen maakten goede afspraken met elkaar en namen zelf initiatieven. Ook zijn de materialen keurig netjes opgeruimd.
|
|
opdracht 4 Collage maken maximaal 20 punten |
De leerlingen hebben weinig gebruik gemaakt van internet, folders, boekjes en hebben daardoor te weinig plaatjes gebruikt. Het ziet er niet verzorgd en de materialen zijn niet netjes opgeruimd. De samenwerking verliep niet goed.
|
De leerlingen hebben voldoende gebruik gemaakt van internet, folders, boekjes en hebben daardoor genoeg plaatjes gevonden. Het ziet er verzorgd uit, maar hier en daar zitten er wat lijmvlekken. |
De leerlingen hebben veel gebruik gemaakt van internet, folders, boekjes en hebben daardoor veel plaatjes gevonden. Het ziet er keurig verzorgd uit. De samenwerking verliep uitstekend. |
|
opdracht 5 Het weer voorspellen en presenteren maximaal 20 punten |
Je hebt gezien dat de leerlingen weinig voorbereid hebben. Het was niet goed verstaanbaar achter in de klas en er straalde geen enthousiasme uit. De leerlingen hebben de opdrachten niet helemaal correct verwerkt in de presentatie.
|
Hier en daar was de presentatie rommelig. De leerlingen hadden wat dieper op het onderwerp in moeten gaan. Het was goed verstaanbaar achter in de klas en ze maakten gebruik van verschillende toonhoogtes. De leerlingen hebben de opdrachten voldoende verwerkt in de presentatie.
|
De presentatie was duidelijk en goed te begrijpen. Het was overtuigend en ze hebben de opdrachten uitstekend verwerkt in de presentatie. Het was goed verstaanbaar en de leerlingen waren enthousiast. De organisatie verliep goed.
|
Per tweetal worden de opdrachten beoordeeld. 100 punten kunnen de leerlingen in totaal halen.
Matig: 40 - 60 punten
Voldoende: 60 - 80 punten
Goed: 80 - 100 punten
Beoordelingsformulier voor de leerkracht
| matig (8) | voldoende (14) | goed (20) | |
|
opdracht
1 De wolk maken maximaal 20 punten |
|
|
|
|
opdracht
2 Windwijzer maken maximaal 20 punten |
|
|
|
|
opdracht
3 Windkrachtmeter maken maximaal 20 punten |
|
|
|
|
opdracht 4 Collage maken maximaal 20 punten |
|
|
|
|
opdracht 5 Het weer voorspellen en presenteren maximaal 20 punten |
|
Per tweetal worden de opdrachten beoordeeld. 100 punten kunnen de leerlingen in totaal halen.
Matig: 40 - 60 punten
Voldoende: 60 - 80 punten
Goed: 80 - 100 punten
Deze vragen zouden aan de leerlingen kunnen worden gesteld:
Hoe ging de samenwerking? wat ging wel goed en wat niet?
Wat zou je de volgende keer beter kunnen doen?
Hebben jullie alles samen gedaan of hebben jullie de taken verdeeld?
Had een van jullie de leiding?
Hebben jullie veel informatie gebruikt van de webpagina's in jullie info-bronnen?
Wat wisten jullie al? En wat niet?
Webkwestiemaker(s): Lotte, Aranka, Birgit en Lizette
Email-adres: kamp2005@gmail.com