Verwerking
Opdracht 1
Stap 1:
Start het filmpje.
stap 2:
Start nog een keer het filmpje. Je gaat namelijk zelf de proef uitvoeren, let goed op de benodigdheden en de werkwijze en noteer dit.
stap 3:
Pak alle benodigdheden en ga aan de slag!
Opdracht 2
Stap1: Zoek meer informatie over wind. Ga hiervoor naar de infobronnen.
Stap 2:
Nu jullie deze informatie hebben gelezen over wind kunnen jullie er natuurlijk ook iets over maken. Wat jullie nu gaan maken is een windwijzer. Wat is nu precies de bedoeling. Je pakt een stuk karton van ongeveer 10 bij 30 cm, een schaar, een dop van een balpen, een breinaald, paperclips en plakband.
1. Teken een pijl op het karton en knip het uit.
![]() ![]() |
2. Maak de dop van de balpen, in het midden van de pijl vast aan het karton.
3. Zet de windwijzer op de breinaald.
4. Zorg ervoor, met paperclips, dat hij makkelijk draait.
5. Zorg voor een stevige voet waar de windwijzer op kan staan, bijvoorbeeld een baksteen of een stuk klei.
6. Nu is de windwijzer klaar. Maar nu weet je nog niet wat het noorden, zuiden, oosten en het westen is. Hier heb je een kompas voor nodig. Pak het kompas uit je klas en ga met het kompas naar buiten toe. Als het pijltje op het streepje wijst weet je waar het noorden is. Zet met stoepkrijt een streep op het schoolplein waar het noorden is. Nu kun je ook een streep zetten voor het zuiden, oosten en het westen.
7. Nu pakken jullie de windwijzer en gaan kijken waar de wind vandaan komt. Let daarbij op dat de pijl wijst waar de wind naartoe waait. De wind komt dus uit de tegenovergestelde richting.
7. Nu weet je waar de wind vandaan komt en dit schrijf je op in het werkblad.
Opdracht 3
Stap 1:
Zoek informatie over hoe het komt dat wind waait. Kijk hiervoor bij infobronnen.
Stap 2:
Het is belangrijk om te weten of er een rustige wind is of een sterke wind. Om dit te weten te komen moet je een windkrachtmeter hebben. Omdat wij dit niet hebben mogen jullie deze gaan maken. Wat moet je doen. Jullie hebben een stuk karton van ongeveer 20 bij 25 cm nodig, een stuk karton van ongeveer 5 bij 12 cm, een schaar, een rietje of een opgerold stuk papier, een rechtgebogen grote paperclip, een meetlat of een stok, plakband.
1. Schuif de paperclip op het kleine karton
2. Prik de rechtgebogen paperclip rechts bovenin door het grote karton
3. Maak het kleine karton met behulp van de paperclip vast aan de rechtgebogen paperclip
4. Maak de meetlat of stok onder aan het grote karton vast
5. Maak een schaal op de windkrachtmeter om de windsterkte te meten
6. Houd de windkrachtmeter in de richting van de wind en nu kun je zien hoe sterk de wind is
7. Schrijf op je werkblad hoe sterk de wind is.
Opdracht 4
Stap 1:
Zoek via een zoekmachine op internet naar informatie over onweer. Wat moet je doen als het onweert en wat juist niet? Zoek hier plaatjes over en print ze uit.
Stap 2:
Jullie zijn meer te weten gekomen over onweer. Onweer is heel gevaarlijk en het is daarom belangrijk om te weten wat je nu wel en wat je nu niet moet doen tijdens onweer. Bij deze opdracht gaan jullie twee collages maken wat je moet doen als er onweer is. Jullie hebben 2 stukken karton nodig, schaar, de plaatjes van internet, plaksel, stift.
1. Jullie pakken het karton en schrijft op het ene karton 'wat je niet moet doen als het onweert' en op het andere 'wat je wel moet doen met onweer'.
2. Jullie knippen de plaatjes uit en sorteren de plaatjes in twee groepen. Een groep is wat je niet moet doen tijdens onweer en de andere groep is wat je wel moet doen tijdens onweer.
3. Jullie plakken de plaatjes bij 'wat je niet moet doen als het onweert' en bij 'wat je wel moet doen met onweer'.
4. Als jullie klaar zijn kijkt je juf of meester je kunstwerk na en hangt het op in de klas.
Opdracht 5
Stap 1:
Jullie gaan nu echt het weer voorspellen als een echte weerman of vrouw! Jullie weten nu dat je niet zomaar het weer kan voorspellen maar dat je daarvoor eerst van alles uit moet zoeken.
Bij deze opdracht heb je het werkblad 'hoe is het weer?' nodig. Deze heeft je juf of meester.
Stap 2:
Ga aan de slag met het werkblad, volg alle stappen en noteer de antwoorden op het werkblad. Deze antwoorden heb je namelijk nodig om je weersvoorspelling te kunnen presenteren.
Stap 3:
Jullie hebben het werkblad helemaal klaar en ingevuld. Het is de bedoeling dat je dit gaat presenteren als een echte weerman of weervrouw. Jullie hebben dit vast wel eens op televisie gezien en ga dit nu in tweetallen voorbereiden.
Stap 4:
Overleg met de juf of meester wanneer jullie dit gaan presenteren.