Informatie algemene geschiedenis

 

Algemene geschiedenis in de 19e eeuw

 

Tijdens de Middeleeuwen (500-1500) bestond er één kerk in West-Europa: de Katholieke Kerk. De leer van de kerk werd door iedereen als de enige waarheid aangenomen. De ongelovigen (ketters) werden vervolgd en op de brandstapel gegooid.

Vanaf de vijftiende eeuw verloren veel mensen het vertrouwen in de geestelijken. Toen in het begin van de 16e eeuw de Duitse monnik Maarten Luther in opstand kwam tegen misstanden binnen de kerk kreeg hij veel volgelingen. Hij protesteerde bijvoorbeeld tegen het gedrag van de geestelijken, die zich niet meer aan de regels van de kerk hielden. Ook maakten mensen binnen de kerk het volk wijs dat ze een plekje in de hemel konden kopen.

 Luther vond dat het geloof eenvoudiger moest. De pracht en praal van de kerk moest verminderd worden. Mensen konden volgens hem alleen door geloof en berouw in de hemel komen. Daar hebben ze al die mooie beelden niet bij nodig.

In Nederland sloten de ideeën van ene meneer Calvijn aan bij die van Luther. Calvijn vond bovendien dat mensen hard moesten werken en zuinig moesten omspringen met hun geld. Ze geloofden dat God al van tevoren had bepaald wie er uitverkoren waren voor zijn hemel en wie niet. Op aarde kon je hier soms al een teken van zien, bijvoorbeeld als je veel succes had in je werk. Mensen gingen hier nog harder van werken.

 Uiteindelijk scheidden Luther en Calvijn zich met zijn volgelingen af van de Rooms-Katholieke kerk. Dit wordt de Hervorming of Reformatie genoemd. De aanhangers van Luther en Calvijn zijn protestanten.

 

Calvijn

 

Luther

 

Vraag:

Kijk naar de kerk van Zieuwent. Deze kerk is ongeveer 400 jaar na de Reformatie gebouwd. Denk je dat de kerk is gebouwd door mensen die bij de Reformatie hoorden? Waarom?

 

Terwijl er al snel veel Nederlanders protestant waren, hoorde Nederland nog bij Spanje. Spanje was echter katholiek, en dit bracht veel spanningen met zich mee. Die leidden tot de tachtigjarige oorlog (1568-1648). De katholieken vochten een bloedige strijd tegen de protestanten. 

Aan het einde van de oorlog waren de Nederlanden in tweeën verdeeld. De zuidelijke Nederlanden bleven onder het bestuur van de Spanjaarden. In het noorden ontstond onder de naam Republiek der Nederlanden rust in het land, terwijl in andere landen nog veel strijd was. Hierdoor kon de Republiek een grote handel opzetten met overzeese landen. Doordat het zo goed ging met de Republiek noemen we de 17e eeuw de ‘Gouden Eeuw’.

In de 18e eeuw was er een groot verschil ontstaan tussen de rijken en de armen. Of je bij de rijken of armen hoorde was al vanaf je geboorte bepaald. De rijken schaamden zich niet voor hun rijkdom en pronkten er erg mee. De rijken waren de geestelijken van de kerk en de stand die de adel genoemd werd. In Frankrijk was er een groep burgers die vond dat er een einde moest komen aan de ongelijkheid. Ze waren arm, maar konden wel boeken lezen waardoor ze op de hoogte waren van nieuwe ideeën. Er waren in die tijd veel boeken doordat veel mensen dachten dat ze met hun verstand alles aankonden. Dit noemen we de ‘Verlichting’. Ze wilden meer macht. 

Napoleon werd de leider van de ‘Franse revolutie’ tegen de rijken. Hij wilde met zijn legers er voor zorgen dat de mensen allemaal gelijk behandeld werden en dat iedereen gelijke rechten had. Hij hielp ook de burgers in Nederland in hun strijd tegen de rijken.

Napoleon ging in 1815 in Rusland ten onder met zijn leger. Hierna probeerden de oude machthebbers de tijd van voor Napoleon te herstellen. Ze verlangden weer terug naar de tijd van de Middeleeuwen. De mensen hadden even genoeg van het idee dat ze met hun verstand alles wel aankonden. Ze vonden nu het gevoel belangrijker. Dit wordt ‘Romantiek’ genoemd.

Ook christenen hadden te maken met de Romantiek. Ze vonden dat God meer met je gevoel beleefd moest worden in plaats van er met je verstand over na te denken.

 

Vraag:

Kijk nog eens naar de grote kerk van Zieuwent. Vind je dat de kerk meer past bij de Verlichting of bij de Romantiek? Waarom?

 

Na de Franse Revolutie was er in Europa een andere ontwikkeling. De mensen vonden steeds meer machines uit waarmee ze in fabrieken gingen werken. De arbeiders in de fabrieken hadden het erg zwaar. Ze moesten hard werken voor weinig geld. Zo ontstond er weer een groot verschil tussen de armen en de rijken. Dat kwam nu niet door je afkomst van geboorte, maar doordat de rijken veel meer verdienden dan de armen.

Ook nu weer waren er mensen die het niet eerlijk verdeeld vonden. Ze vonden dat de machthebbers meer moesten regelen voor de arbeiders en dat de fabrieksbazen niet alles zelf mochten beslissen. Zo vonden ze bijvoorbeeld dat de staat de bazen moest verbieden dat ze kinderen het zware werk in de fabrieken moesten doen. Karl Marx was de bedenker van deze ideeën. Hij vond dat de arbeiders allemaal samen in opstand moesten komen tegen de fabrieksbazen. Die zouden hier niet blij mee zijn en waarschijnlijk geweld gaan gebruiken. Dit zou tot onrust in het land leiden.

De kerken waren bang voor die onrust in het land. Ook waren ze bang dat de arbeiders die samen een vereniging zouden vormen de kerk niet meer nodig zouden hebben. Daarom waren ze tegen de ideeën van Marx. Wel deden de kerken aan liefdadigheid om de arme arbeiders te helpen. Maar doordat ze tegen Marx waren verloren veel mensen het vertrouwen in de katholieke kerk. De kerk kreeg veel minder bezoekers.

Later zag de kerk in dat de arbeiders best verenigingen konden vormen en tegelijk ook nog de kerk konden bezoeken. Hierdoor kregen de mensen weer meer vertrouwen in de katholieke kerk. Ze bezochten de kerk weer meer en wilden meer voor de kerk doen.

 

Vraag:

Voor de bouw van de kerk in Zieuwent was veel geld nodig. Dat geld moest komen van mensen uit de buurt. Denk je dat die mensen veel of weinig vertrouwen in de kerk hadden? Waarom?


Wil je nog meer weten over de algemene geschiedenis van de kerk, kijk dan op dit internetadres:
www.kdc.kun.nl