Een heel oud kerkje

Er zijn duidelijke aanwijzingen dat er heel vroeger een andere kerk heeft gestaan. Tijdens de opgravingen in 1949-1950 bleek namelijk dat zich binnen de gotische kerk funderingsresten en muurresten bevonden van een zaalkerkje met een versmald koor in de vorm van een rechthoek. Bij de opgravingen werd een fundering aangetroffen die bestond uit ruwe brokken oersteen gelegd in een sleuf. Het werk was van tufsteen. Tijdens de werkzaamheden was duidelijk te zien dat de fundering en een deel van het hogere werk van de triomfboog van het zaalkerkje was bewaard bij de bouw van de gotische kerk. Uit bouwnaden bleek dat, zoals ook uit andere bouwwerken bekend, het huidige, gotische, preekschip is aangebouwd tegen het eerder gebouwde koor. De "preekkerk" is aangebouwd tegen de toren die toen al bestond.De bouwnaad tussen (een deel van) de oude en de nieuwe westmuur van het kerkschip is aan de buitenzijde van de westmuur kun je duidelijk zien. Toren en koor bestonden dus allebei al voordat het kerkschip werd gebouwd.

Je ziet de verschillende kleuren van de stenen uit verschillende bouwjaren heel goed.


De toren

Door deskundigen wordt de toren gezien als 12e eeuws. De twee klokken komen uit 1393 en 1403. Bij de opgravingen door de Dienst Oudheidkundig Bodemonderzoek in de jaren vijftig werd in de oude fundamenten een potje gevonden, waarvan men denkt dat het uit de  twaalfde eeuw komt. Die oude fundamenten, en een aantal nog bestaande muurresten, stamden uit de elfde eeuw.

In de toren is een steen ingemetseld met daarin gebeiteld MX, dat betekent: 1010. De huidige kerk, dus: de kerk zoals we hem nu kennen, is gedeeltelijk gebouwd van oude tufsteen, afbraak materiaal van de oudere kerk. De in de toren ingemetselde steen (met daarop 1010) klopt niet met de ‘leeftijd’ van de toren (12e eeuw). Die steen kan ook wel afkomstig zijn van een oudere toren die er daarvoor heeft gestaan. En waarvan het afbraakmateriaal is gebruikt voor de bouw van de huidige toren. Tenminste van de onderste drie geledingen.

De bovenste torengeleding, van baksteen, is uit de tijd dat de huidige kerk werd gebouwd (zo rond 1440). Waarschijnlijk is de toren toen verhoogd zoadat het er mooier uit zou komen te zien. Want anders zou het kerkdak boven de toren hebben uitgestoken. Bij die gelegenheid moeten ook de beide klokken - uit 1393 en 1403 - zijn verhuisd naar de nieuwe bovenste verdieping. Omdat de klokken een gewicht van 650 en 600 kg hadden, moet dat een heel karwei zijn geweest.





De ribben

De ribben van de kruisgewelven van de Gotische kerk steunen op "kraagstenen". De meeste van die kraagstenen zijn versierd met ranken. Dit soort kraagstenen werd veelvuldig gebruikt in de vijftiende eeuw. Er zijn echter vier kraagstenen die er heel anders uitzien. Ze zijn langer, slanker en niet versierd. Deskundigen zijn van mening dat zij stammen uit de elfde eeuw. Deze kraagstenen bevinden zich juist in de vier hoeken waar muurresten zijn gevonden van het oude zaalkerkje.

Rib uit de 11e eeuw Rib uit de 15e eeuw

 

De sluitstenen

 In de kruisgewelven van het schip en het koor werden twee wapens in de sluitstenen gevonden. Op de middensluitsteen van het schip komt een geschilderd wapen voor. Met drie rode halve manen in zilver en 2 dubbelgekanteelde balken van rood op goud, binnen een zwart geblokte zoom.
Bij het aanleggen van elektrisch licht is de steen doorboord om de leiding van een lamp door te trekken. De drie rode manen in de linker bovenhoek en de zwarte balken zijn vanaf de grond nog best aardig te zien.

De andere sluitsteen is als het ware in vieren gedeeld en is helemaal bedekt met een kalklaag. Hij is dus helemaal blank en niet duidelijk te zien vanaf de grond.

pijlterug.gif (2189 bytes)