Organisatie
Het Kerkbestuur
Over het bestuur van de gereformeerde kerk in Etten in de 18e
eeuw is niets bekend. Vanaf de 14e eeuw hebben de bestuurders van
huis Bergh en huis Wisch gevochten om de kerk in Etten. Allebei
wilden ze er over besturen. Het gevolg daarvan was dat er sinds
1685 twee predikanten voor de kerk waren. Waar er normaal maar
eentje is per kerk. Bergh had een predikant aangewezen en Wisch
had hetzelfde gedaan. Deze predikanten hadden ook altijd nog een
ander kerk waar ze voor zorgden.
Uit de 19e eeuw is er wel weer meer bekend over een 'kerkbestuur'
voor Etten. In een briefje uit 1829 staat:
'Het bestuur van de kerk van Etten van ouds de parochie van de Heeren van Wisch, van ondenkelijke tijden af op de eigendomsregten van de huizen Berg, Wisch en Diepstegen berust, van welke twee eerstgenoemde de predikanten steeds hun deelgenootschap aan het bestuur ontleenden.'
Dit wil zeggen dat de eigenaren van huis Bergh en huis Wisch niet alleen een predikant hadden aangewezen. Maar dat ze ook samen met de eigenaar van 'de Diepstege' een plaats hadden in het kerkbestuur. 'De Diepstege' is een boerderij op het landgoed de Heuve dicht bij Etten.
De bestuursvergaderingen werden vaak gehouden op het huis Bergh of Wisch. De eigenaar van het huis Wisch en de afgevaardigde van het huis Bergh kregen ook om de beurt het presidentschap, je kunt het ook anders zeggen, het voorzittersschap bij vergaderingen.
Het kerkbestuur en de kerkmeester waren verantwoordelijk voor de kerkengoederen, de eigendommen van de kerk.
Je weet nu dat de kerk in Etten altijd twee
predikanten had. Eentje van het huis Bergh en eentje van het huis
Wisch. Toch werden er in een heel jaar vaak maar vijf of zes
kerkdiensten gehouden in het kerkje. De Ettense hervormde mensen
gingen meestal in Terborg naar de kerk. In het jaar 1838 besloot
het kerkbestuur dat er vanaf die tijd niet 5 of 6 maar 12
kerkdiensten in een jaar kwamen.
Dat veranderde er niet alleen. Ook de kerkdiensten zelf
veranderden. Zo werd er voor het begin van de mis door een koor
gezongen. Om het minder saai te maken. Daarvoor werd er alleen
heel eentonig voorlezen van voorzanger te vervangen. Ook kwam
iemand met het voorstel om een kerkorgel in de kerk te plaatsen.
Om het nog minder saai te maken en meer sfeer krijgen tijdens de
diensten.
Op dit voorstel werd ingegaan en op 25 februari 1844 werd er voor
het eerst op het kerkorgel gespeeld. Dit orgel staat nog steeds
in de kerk en er wordt ook nog steeds opgespeeld. Voor de
inwoners van Etten was dit nog niet genoeg. Zij wilden wel graag
een eigen predikant dus niet steeds iemand anders. Maar omdat de
heren van Bergh en Wisch altijd al ruzie hadden over de
predikanten deed het kerkbestuur daar niet zo veel op uit.

Kerkenraad
Toen de Hervormde gemeente Etten-Ulft een feit was werd er ook
een kerkenraad ingesteld. De kerkenraad werd gevormd met de
predikant als voorzitter ook wel met een moeilijk woord 'praeses'
genoemd. De eerste predikant die voorzitter van de kerkenraad
werd, kreeg tegelijkertijd ook de functie van secretaris, dit
word ook wel met een moeilijk woord scriba genoemd. Daarnaast
zaten er in de kerkenraad ook nog twee ouderlingen en twee
diakenen.
Wat is een diaken?
Een diaken is een predikant. De diaken geeft leiding aan 'de
dienst der barmhartigheid en gerechtigheid'. De diaken gaat over
het geld dat uitgegeven wordt. Daarom zijn ze vaak het gezicht
van de kerk. Een diaken kan nooit een kerkdienst leiden.
Wat is een ouderling?
Een ouderling is een regerend lid van de kerkenraad. Een
ouderling kan wel een kerkdienst leiden
Hoe wordt een kerkenraad gekozen?
De eerste ouderling die benoemd is in de kerkenraad was
J.Arendsen en de eerste diaken was G.W.Teeuwsen. Zij waren
gekozen door de mannen uit de kerkgemeente die het recht hadden
om te stemmen. Dit was wel gebeurt onder het toezicht van hoge
heren van de regio.
Als er iemand gekozen werd voor de kerkenraad als ouderling of
als diaken dan had je recht om dit vier jaar te blijven. Elke
twee jaar werd er een nieuwe ouderling en een nieuw diaken
benoemd. De kerkenraad bestond daarna dus uit de voorzitter, een
oude ouderling en diaken en een nieuwe ouderling en diaken. De
nieuwe diaken en ouderling werd door de kerkenraad zelf gekozen.
Wanneer je als ouderling en diaken de vier jaar erop had zitten
kon je ook gekozen worden voor nog een keer vier jaar.
Wat doet de kerkenraad eigenlijk?
De kerkenraad is verantwoordelijk met de openbare godsdienst.
Vaak was het zo dat de ouderlingen samen met de predikant zich
bezig hielden met de zorg voor de gemeente. Dit wil zeggen dat ze
bijvoorbeeld bij de leden van de kerkgemeente op huisbezoek gaan.
Het college van diakenen
De diaken uit de kerkenraad worden ook wel het college van
diakenen genoemd. Het college van diakenen had een bijzondere
taak binnen de kerkenraad. Zij waren namelijk verantwoordelijk
voor de zorg van de armen. Dit betekende ook dat ze eigenlijk een
soort sponsoren moesten zoeken voor de steun van de mensen die
hulp nodig hadden. Daarbij kwam dan natuurlijk ook dat ze de
armengoederen beheerden.
Eigenlijk bestond dit al voordat de eerste echte kerkenraad werd
gevormd in 1858. Daarvoor was er al een apart diaconiefonds in
Etten waaruit de zorg voor de armen werd betaald. Naast was er
ook een armenkamer, een 'huis' waar mensen die het nodig hadden
een dak boven hun hoofd kregen.
Het college van
kerkvoogden en notabelen
In 1855 nam de kerkvoogd, iemand die de eigendommmen van de
kerk beheert, de administratie van de kerkegoederen (bezittingen
van de kerk) over van de kerkmeester. Daarna in februari van 1859
kwam er voor de hervormde gemeente Etten-Ulft een bestuur
opgericht van kerkvoogden en notabelen. Een notabel is eigenlijk
niets anders dan een rijke burger.
De kerkvoogden hadden samen met de
notabelen de verantwoordelijkheid voor het beheer van de
kerkelijke goederen en fondsen en de zorg voor de kosten van de
eredienst en daarnaast voor het aannemen van personeel als de
koster, de organist en het betalen van deze mensen.
In het college zaten voor de hervormde gemeente Etten vier
notabelen. De notabelen werden gekozen door de leden die
stemrecht hadden en wanneer je eenmaal als notabel was gekozen
zat je zes jaar in het college.