Het doopvont  

Als iemand vroeger bij het christendom wilde horen (en daarbij ging het in die tijd voornamelijk om volwassenen en johg volwassen mensen) werd een nauwkeurig onderzoek gedaan naar de reden die die persoon had om tot het christendom te worden toegelaten. Daarna kon hij worden toegelaten tot een soort toelatingscursus, het catechumenaat en die cursus duurde meestal drie jaar. De mensen die zich aangemeld hadden om christen te worden kregen les in het geloof en in de consequenties die dat voor hun levenswijze zou hebben.

Tot het verwelkomingsritueel bij de driejarige cursus hoorde een bekruisiging en handoplegging en op een gegeven moment kregen de mensen ook zout toegediend om ze te bewaren tegen bederf van de satan en om smaak en zin te krijgen voor de goddelijke wijsheid.

Na deze driejarige cursus volgde een tijd waarin de uitverkozenen tijdens de veertigdagentijd, de vasten, zorgvuldig werden voorbereid op hun doopsel, door gebedsvieringen, het lezen van het evangelie en het uitspreken van de geloofsbelijdenis en het Onze Vader.

Tijdens de paaswaken trokken de dopelingen naar het baptisterium (ruimte bij de kerk wat speciaal was bestemd voor mensen die nog niet waren opgenomen in de christelijke gemeenschap) en waarin de doopvont stond. Daar werd een zegengebed over het water uitgesproken. De dopelingen deden hun kleren uit, gingen drie treden af het water in. Terwijl de bisschop hun doopvragen stelden en de leerlingen daarop antwoordden, werd hun de hand opgelegd en werden ze drie keer ondergedompeld in het water. Als zij uit het water kwamen werden zij afgedroogd en helemaal ingewreven met heerlijk ruikende olie, de zalving. Daarna kregen zij een wit gewaad aan, dat betekende het begin van een nieuw leven.

Onmiddelijk na die doop volgde wat bij de katholieken het Vormsel heet: de bisschop legde de nieuwe gedoopten de hand op, sprak een gebed over hen uit en zalfde hun voorhoofd met chrisma (een bepaald soort olie). Dit deed de bisschop in een vorm van een kruis en daarna gaf hij hen de vredeskus.

Vervolgens trokken alle gedoopten en gezalfden zingend in een stoet het kerkgebouw binnen, waar zij voor het eerst deelnamen aan de viering van de eucharistie, waarin de bisschop voorop liep. Doopsel, Communie en Vormsel werd in die tijd nog in één keer gedaan.

Pas in de 4e eeuw komt de kinderdoop op gang. Dat is ook begrijpelijk want eerst moesten de ouders gedoopt zijn voor zij hun kinderen mochten dopen.

Ook de protestantse kerk kent nog steeds de doop. Inmiddels is het zo dat de doop tot christen door zowel de katholieken als de protestanten wordt toegelaten. Het maakt niet uit in welke christelijke kerk die doop heeft plaatsgevonden.

Voor meer informatie over dopen: klik hier

pijlterug.gif (2189 bytes)