Leuke proefjes voor kleuters en groep 1,2.
U kunt met kleuters verschillende leuke activiteiten doen die hen tot echte weermannen en weervrouwen maakt.
Overal om ons heen zit lucht.
1. Stop een zakdoek in een beker en houd het
recht onder water. Haal het er weer uit.
Doe het nu eens schuin
2. In een baksteen zit lucht.
3. Belletjes in het water, wanneer je het even laat staan.
4.een glas met leidingwater, een met warm, gekookt water, waar
zit meer lucht in?
1. De proef met de kaars die
uitgaat.
VOLWASSENE VERPLICHT.
Je hebt nodig:
- kaars,
- klei,
- lucifer,
- doorzichtige pot,
- een schoteltje
Zet de kaars op een schoteltje en zet het
vast met klei.
Steek de kaars aan met een lucifer.
Laat de kaars even branden, zodat de kinderen zien dat de kaars
in de open lucht wel brand.
Zet nu de doorzichtige pot over de kaars en laat de kinderen
kijken. Wat gebeurt er?
2. Planten hebben ook zuurstof nodig!
Je hebt nodig:
- 6 levende, groene blaadjes, vaseline.
4 blaadjes smeert u in met vaseline, en u
laat er twee 2 zonder
Na twee dagen smeert u de vaseline van 2 blaadjes
2 blaadjes met vaseline laten.
Wat ziet u?
1. Spiraal uitknippen en laten ophangen boven de verwarming
2. temperatuur opmeten, beneden en bovenin het lokaal, waar is het warmer?
1. Laat de kinderen een papiertje een fles in laten blazen
2. laat de kinderen een band oppompen, ballon oppompen
Bewegende lucht heeft een lagere druk dan lucht die stilstaat.
1. Papier, tegen je lip houden en blazen,
3.
U legt een liniaal op tafel , met een open krant erop.
De lucht drukt op de krant.
Laat een kind proberen de krant op te wippen.
Pas op dat de liniaal niet breekt.
Lucht drukt ook naar boven.
Je hebt nodig:
- Een glas gevuld met water.
- Een ansichtkaart.
Schuif de ansichtkaart voorzichtig over het glas met water.
Druk je hand stevig op de kaart en draai het glas om.
Blijft de kaart tegen het glas aangedrukt?
Heeft het net geregend? Liggen er allemaal plassen op het schoolplein? Laat kinderen met een krijtje plassen omtrekken. Na een tijdje gaat u weer kijken....wat is er gebeurt?
Het meten van de regen.
Deze activiteit is zeer geschikt tijdens een
regenachtige week. Zeg tegen de kinderen dat je regen hebt
gevangen. Ga samen met de kinderen naar de regenmeter die u
buiten hebt geplaatst. Samen kijken jullie hoeveel regen er in
het bakje is gekomen. Zorg voor een simpele verdeling; 1 cm - 2cm
- enz.
In de klas maakt u met de kinderen een grafiek. Teken op een
groot vel 5 regenmeters met de zelfde indeling als op de
regenmeter buiten. Teken de hoeveelheid water in de regenmeter.
De volgende dagen doet u hetzelfde en laat u de hoeveelheid
tekenen door een kleuter. "Is er meer regen gevallen of
minder?" "Is vandaag evenveel regen gevallen als
maandag?"
Aan het eind van de week kunt nog eens kijken naar de tekening.
Op welke dag is het meeste regen gevallen, op welke dag het
minste.
Met duplo/lego-blokjes laat u aan de kinderen zien a.d.h.v.
maandag dat 1cm 1 blokje is, hoeveel blokjes heb ik dan nodig
voor maandag? Weet iemand hoeveel blokjes we nodig hebben voor
dinsdag? Kan iemand woensdag maken met de blokjes? enz. Kunnen we
ook met de blokjes zien op welke dag er het meest heeft geregend?
Klopt dat met de tekening?