De aarde draait!
Je hebt nodig:
Een skippybal
Een zaklamp
Een stift
1. Teken met je stift twee stippen op de bal. Zorg ervoor dat
de twee stippen recht tegenover elkaar staan.
2. Leg de bal op de grond. Zorg dat je de bal met één stip op
de grond ligt en één stip is bedekt door de vinger.
3. Schijn met de zaklamp op de zijkant de bal, midden tussen de
twee stippen.
4. Wat zie je?
5. Draai nu langzaam de bal .
6. Wat zie je?
Je ziet dus dat de zon (de zaklamp) op de aarde (de bal)
schijnt.
De zon schijnt in het proefje recht op de aarde. Je ziet een
donkere en een lichte helft. Je kunt je nu dus voorstellen dat
het op lichte deel dag is en op het donkere deel is het nacht.
Stel nu dat jij precies woont, daar waar de zon schijnt. Het is
dus dag. Wanneer de aarde draait draai jij op de aarde mee. De
zon blijft altijd staan. Jij draait dus langzaam naar het donkere
stuk toe. Het wordt dus langzaam nacht, dan weer dag, dan weer
nacht enzovoort.