Seizoenen
Waar denk je aan als je het woord
seizoenen
hoort? Natuurlijk
aan lente,
zomer,
herfst
en
winter. En verder nog aan knoppen en
bloemen, zon en strand, vallende bladeren en storm
en sneeuw en
ijs. Maar hoe ontstaan nu seizoenen, hoe werkt dat met de zon
en
de aarde? Op deze vragen krijg je hieronder antwoord. Dit is wel
het allermoeilijkste wat er is! Zelfs grote mensen
vinden dat moeilijk.
Wat zijn seizoenen?
Seizoenen, ook wel jaargetijden genoemd, zijn 4 delen van het jaar. Het eerste deel van het jaar begint niet op 1 januari. De lente begint rond 21 maart, de zomer rond 21 juni, de herfst rond 21 september en de winter rond 21 december.
Wat zijn breedte en lengtegraden?
De aarde is groot, heel groot. Stel je eens voor dat schip op
de oceaan vaart en in nood komt. Een kapitein kan dan wel zeggen
dat het schip in nood is, en zinkt, maar waar dan?
Het zou
moeilijk zijn om dat schip te zoeken, daar midden op de oceaan.
Dus dachten sommige onderzoekers dat het wel handig zou zijn om
de aarde in vakjes te verdelen. Ze trokken lijnen van de
Noordpool
naar de
Zuidpool. Precies 360. Dus van noord naar zuid.
Ook van oost naar west werden er lijnen getrokken. 180. Dus in
totaal zijn er 64800 vakken op de aarde.
Wanneer nu een kapitein op zee is en hij roept om hulp kan hij
wel zeggen dat hij in vakje 11678 zit, maar waar is dat dan? Dus
dachten die onderzoekers dat die lijnen een naam moesten krijgen.
Er is één lijn op de aarde die jullie allemaal wel kennen. De evenaar, of
equator. Die splitst de aarde in een noordelijk deel
en een zuidelijk deel. Deze delen worden het Noordelijk halfrond
en het Zuidelijk halfrond
genoemd. Wij, in Nederland wonen dus op
het Noordelijk halfrond. De evenaar noemden de onderzoekers 0
graden.
Van daaruit telden ze naar boven en naar beneden. Naar boven
noemen ze de lijnen noorderbreedten. Naar het zuiden toe noemen
ze de lijnen zuiderbreedten.
Nederland ligt op 52° noorderbreedte.
Er is nog een 0° lijn. Die lijn loopt vanaf de Noordpool recht
door Engeland, recht door Londen naar de Zuidpool. De lijnen ten
oosten van Londen noemen we oosterlengten
en ten westen de
westerlengten.
Nederland ligt op ongeveer 5° oosterlengte.
Dus als er iemand is die in Nederland woont en iemand wil
laten weten waar hij woont zegt hij: Ik woon op 52°
noorderbreedte, en 5° oosterlengte.
Maar ja, als we weer teruggaan naar dat schip in nood. De
kapitein noemt een lengte en een breedte. Nu zijn we al een stuk
dichterbij. Maar we zijn er nog niet, want sommige vakken zijn zo
groot, dat het schip gezonken is, voordat een ander schip er kan
komen.
Dus wat dachten de onderzoekers: We delen die vakken in nog
kleinere vakken. Die noemen we minuten. Net als in een uur gaan
er 60 minuten in een graad. Raar hé?
Maar ja. Dus als ik in Den Haag woon, zeg ik: Ik woon op 52
graden en 5 minuten noorderbreedte en 4 graden en 20 minuten
oosterlengte.
Tsjee, wat een zin. Kun je dat niet makkelijker opschrijven? Ja hoor, 52°5 N.B, 4°20 O.L.
Al deze hokken en lijnen bij elkaar noemen we een graadnet.
Snappen jullie het? Doe dan even deze test.
Hoe werkt dat met de zon en de aarde, wat draait om wat?
Er zijn een paar zaken die je even moet weten. Wij wonen in
het zonnestelsel. De zon is het middelpunt van het zonnestelsel
en daaromheen draaien planeten. Eén van die planeten heet aarde.
Komt je die naam ergens bekent voor?
Bij die planeten horen nog andere bollen, die noemen we manen. De
aarde heeft één maan, de maan. (Ingewikkeld hé?)
Alles in het zonnestelsel draait.
De aarde draait om de zon.
In 365 dagen en 6 uren. Dat is
ongeveer 1 jaar. Je weet dat een jaar 365 dagen duurt. We hebben
dus 6 uren over! Daarom hebben we elke 4 jaar een dag meer, een
schrikkeldag.
De maan draait om de aarde.
Hij draait in 29 dagen rond de
aarde, ongeveer een maand.
De aarde draait om haar eigen as.
Daar hebben we een
proefje voor. De aarde
draait.
Wat is de aardas? Nu, dat is de lijn waar de aarde omheen draait. In
het proefje: De aarde
draait hebben
jullie 2 stippen op een bal gezet. Wanneer je nu de bal door de
helft zou snijden, en de twee stippen met een stift zou
verbinden, zul je een lijn krijgen, waarom de aarde draait. Niet
proberen, de bal gaat lek!
De aarde draait in 24 uur om haar as. Dus als je op een bepaald
punt bent geweest, kom je er over 24 uur weer terug. Dat is
precies één dag. Dit draaien van de aarde heet ook wel rotatie.
Hoe ontstaan de seizoenen?
Er iets vreemds aan de hand. De aardas
staat scheef! Geen
nood, dat doet hij al heel lang en hij zal zo blijven staan. Door die
schuine aardas hebben wij onze seizoenen.
Dit is het allermoeilijkste om uit te leggen. Ga er maar even
voor zitten.
De eerste vraag is: hoe kan het dat het in de zomer
veel warmer
is dan in de winter? Daar hebben we een proef voor. De schuine lichtinval.
Zoals je in het proefje hebt gezien is het warmer waar de zon
rechtop de aarde schijnt. Dus in de zomer zal de zon dus meer
rechtop Nederland staan. Dat is ook zo.
Heb je weleens gehoord van de Kreeftskeerkring
en de
Steenbokskeerkring? De
keerkringen
zijn net zoiets als een
breedtegraad. Het is een denkbeeldige lijn. De zon staat
loodrecht de Kreeftskeerkring
op 21 juni, precies waar de
zomer
begint. Dat is meteen voor ons de langste dag. Daarna beweegt de
loodrechte zon
zich weer naar het zuiden. Als de zon loodrecht op
de evenaar
staat, is het 21 september, dan begint de herfst. De
loodrechte zon gaat weer verder naar het zuiden. Daar aangekomen
bij de Steenbokskeerkring
is het bij ons koud. Het is dan 21
december, het begin van de winter. De zon staat op een gegeven
moment weer loodrecht op de evenaar. Dan is het 21 maart, het
begin van de lente.
Zullen we even naar het zuidelijk halfrond
gaan? Daar gaat het
precies andersom. Wanneer de zon loodrecht op de Kreeftskeerkring
staat is het hier in Nederland zomer. Maar op het zuidelijk
halfrond is het winter. Wanneer de zon dan loodrecht op de
evenaar staat is het bij ons in Nederland herfst. Op het
Zuidelijk halfrond is het dan lente. Als de zon loodrecht op de
Steenbokskeerkring
staat is het hier winter. Op het zuidelijk
halfrond is het dan zomer. Als de zon dan weer op de evenaar
staat is het hier lente. Op het Zuidelijk halfrond is het dan herfst.
Je kunt dus, per jaar twee keer de lente en de zomer meemaken.
Eén keer op het noordelijk halfrond en één keer op het
zuidelijk halfrond.
Maar hoe zit dat dan met zie schuine aardas?
We verplaatsen ons van de aarde naar de zon. We zien dat de
aarde
om de zon draait. Kijk ook naar het plaatje.
Die schuine aardas
staat soms in het noorden naar de zon en soms
in het zuiden.
In de lente
staat de zon rechtop de
evenaar. De aardas staat dan
precies zo dat de twee polen allebei evenveel licht krijgen.
De aarde draait verder, maar de aardas draait niet mee. Dus wat
zien we in de zomer? Dat de aardas met de bovenkant naar de zon
toestaat. Dus de aarde is gekanteld met de bovenkant naar de zon
toe. De Noordpool krijgt veel licht. Daar is het dus zomer. Maar
het zuidelijk halfrond staat niet naar de zon toe. De aardas
staat niet naar de zon toe. De Zuidpool staat van de zon af. Dus
daar is het winter.
De aarde draait weer verder. We zien in de herfst dat de zon weer
loodrecht op de evenaar staat en de aardas staat weer precies zo
dat de zon de twee polen beschijnt.
De aarde draait weer verder. Dus wat zien we in de winter? De
onderkant van de aardas staat naar de zon toe. Daar is het dus
zomer. Maar bij ons staat de aardas van de zon af. Bij ons is het
dus winter.