Suriname

Waar ligt Suriname zullen velen van jullie denken en om eerlijk te zijn wist ik het zelf ook helemaal niet. Suriname ligt in Zuid-Amerika, nee inderdaad, niet in Afrika. Zoals je ziet ligt het boven Brazilië en tussen de twee landen Guyana en Frans Guyana. Guyana is een Britse kolonie geweest, Frans Guyana is nog steeds een kolonie van Frankrijk. Suriname heeft ook Dutch Guyana geheten, omdat het tot 1975 een kolonie van Nederland is geweest.
Suriname is een erg klein land zoals je ziet, maar toch nog 5 keer groter dan Nederland. Toch heeft Suriname maar 450.000 inwoners, hierbij komen ook nog de mensen die in het binnenland wonen die niet zijn meegeteld. Na de onafhankelijkheid zijn veel Surinamers naar Nederland gevlucht. Nederland werd en wordt nog steeds, door veel Surinamers gezien als een hemel op aarde. In Nederland is alles beter wordt er steeds gezegd. Als blanke Nederlander wordt je dan ook erg speciaal behandeld. In de winkel word je meteen geholpen (waarschijnlijk moet je wel meer betalen, omdat jij rijk bent) en alle mannen willen met je naar Nederland.
Op de kaart hiernaast staan geen wegen, er loopt één weg in zuidelijke richting en die gaat niet verder dan Pokigron. Er loopt één weg in oostelijke richting, richting Albina. En één weg in westelijke richting, naar Nieuw Nickerie. Paramaribo is de enige stad in Suriname. Nieuw Nickerie wordt gezien als de tweede grote stad, Nieuw Nickerie is te vergelijken met
's-Heerenberg.
De rest van Suriname is alleen bereikbaar via korjaal (boot) of vliegtuig. Zoals je misschien wel kunt voorstellen, kost het met een vliegtuig veel geld. Het toerisme komt op deze manier ook moeilijk op gang. Je kunt niet makkelijk een auto pakken en ergens heenrijden.
Vanaf het Brokopondomeer, die grote blauwe plek aan de rechterkant, begin het 'binnenland', zoals de Surinamers zelf noemen. Hier begint het amazonegebied. Hierboven is er ook regenwoud, maar erg dun bebost. Onder het Brokopondomeer wonen de mensen nog erg primitief.
In Suriname waren de Nederlandse kolonisten niet erg aardig. De slavernij heeft in Suriname zijn ergste vorm gekend. De Nederlanders in Suriname waren meedogenloos.
Tijdens de slavernij zijn er veel slaven gevlucht, zij woonden in kleine dorpen overal in het oerwoud. De vrouw op de foto hiernaast is een afstammeling van een slaaf. Voor de kolonisten was de jungle een onbekend gebied en tijdens zoektochten naar de gevluchte slaven, vielen er veel doden.
Na de afschaffing van de slavernij moesten de slaven nog 10 jaar blijven werken en daarna waren ze vrij. Veel mensen trokken naar de stad (Paramaribo), maar er bleven ook families in het bos wonen.
De afstammelingen van de slaven worden ook wel creolen genoemd. Er zijn stadscreolen, uit de stad en boslandcreolen en die wonen nog steeds in het oerwoud. De boslandcreolen zijn te herkennen aan hun diepzwarte huid. De stadscreolen hebben een lichtere huid, omdat de Nederlandse plantagehouders veel zwarte buitenvrouwen hadden en hier kwamen deze kindjes van.
Maar de afstammelingen van de slaven zijn niet de enigste bevolkingsgroep. Natuurlijk voordat de kolonisten in Suriname kwamen, was het het leefgebeid van de inheemsen (indianen). Deze wonen nog steeds in Suriname, maar zijn erg in de minderheid. Er wonen nog veel inheemse stammen in het binnenland, ook wonen er verschillende families in Paramaribo.
Na de afschaffing van de slavernij, moesten de slaven nog tien jaar op de plantages blijven werken. Hierna waren ze vrij en hadden de plantagehouders geen mensen meer die op hun landen werkten. Daarom werden er Hindoestanen uit Brits-Indië gehaald. Brits-Indië heette vroeger Hindoestan, vandaar Hindoestanen. Deze mensen werden gouden bergen beloofd, maar uiteindelijk kwam hier natuurlijk niets van terecht. De meeste Hindoestanen zijn Hindoe, maar ook veel zijn Christelijk.

Dit zijn boscreoolse kinderen.

Omdat de Hindoestanen niet altijd deden wat de slavenhouders wilden werd er naar een nieuwe oplossing gezocht. Er werden contractarbeiders uit Nederlands-Indië gehaald. De Javanen.
Op een gegeven moment brachten de plantages niet zoveel meer op en konden ze niet meer opvechten tegen andere grotere landen. Veel plantages werden verlaten en de contractarbeiders moesten ergens anders werk zoeken. De meeste bleven in Suriname. Veel van hen hebben winkels en bedrijven opgericht. In Suriname zijn alle winkels van Hindoestanen of Chinezen (deze mensen zijn door de jaren heen ook naar Suriname gegaan.)
 
Inheemsen, oorspronkelijke
bewoners.
  Creolen, afstammelingen van de
slaven
 
Hindoestanen, contractarbeiders.   Javanen, contractarbeiders.
Mengelmoes, Hindoestaans en
Afrikaans