Achtergrondinformatie


Ga naar:
- wetswijziging 1999
- evaluatie wetswijziging
- belang van onderwijs aan zieke kinderen
- taken leerkracht
- consulenten (COOZL)




- wetswijziging 1999
In de wet 'Ondersteuning onderwijs aan zieke leerlingen' van 1 augustus 1999 staat dat de school zélf verantwoordelijk is voor het onderwijs aan zieke leerlingen, zowel in het ziekenhuis als thuis.
Tot dan toe namen de zogenaamde 'Ziekenhuisscholen' de lesgevende taken over van de thuisschool van het kind.
Toen de wetswijziging van kracht werd is het aantal ziekenhuizen met een onderwijskundige voorziening behoorlijk gedaald. Momenteel beschikken alleen de academische ziekenhuizen in Nederland nog over een onderwijskundige voorziening, de zogenoemde Educatieve Voorziening (EV).
In de overige ziekenhuizen vindt dus geen onderwijsaanbod plaats, tenzij de thuisschool het onderwijs verzorgt of zorgt voor een consulent van de Onderwijsbegeleidingsdienst (OBD) uit de regio. Dit laatste geldt ook voor kinderen die langdurig ziek zijn, maar niet in het ziekenhuis hoeven te liggen en thuis zijn.
naar boven


- evaluatie wetswijziging
In oktober 2003 is de wet Onderwijsondersteuning aan zieke leerlingen geëvalueerd. Daarvoor is een enquête gehouden onder consulenten, scholen en ouders. Sommige scholen en ouders hadden wel met zieke leerlingen te maken gehad, anderen (nog) niet. Enkele opvallende uitslagen van die enquête:

* Een kwart van de scholen weet niets van de wetswijziging af en heeft geen adequate visie en regelgeving hiervoor.
* 21% van de ouders weet hoe zieke kinderen onderwijs kunnen krijgen, daarbij is onderwijs in het ziekenhuis bekender dan onderwijs thuis.
* 68% van de scholen denkt zelf goed onderwijs te (kunnen) verzorgen aan de zieke leerling, van de consulenten geeft 85% aan dat scholen dat niet voldoende kunnen/doen en daar in ieder geval ondersteuning van consulenten bij nodig hebben.
* Basisscholen hebben minder op papier staan en weten er minder af van onderwijs aan zieke leerlingen dan VO-scholen of speciaal onderwijs scholen.
* Slechts 13% van de basisscholen beschikt over een protocol. De overige scholen hadden hier in 68% van de gevallen wel afspraken over, maar die stonden niet op papier.
* 45% van de consulenten ervaart de medewerking van de scholen als een belemmering/knelpunt voor het goed functioneren.
* Ouders ervaren dat scholen wel betrokken zijn bij de zieke leerling, maar niet adequaat omgaan met het onderwijs. Ouders moeten zelf initiatief nemen en vaak ook het onderwijs verzorgen.

Een deel van bovenstaande problematiek ligt ook bij de mening die veel scholen erop na houden, namelijk dat zieke leerlingen ontzien moeten worden en geen onderwijs moeten krijgen tot duidelijk wordt hoe het verdere ziekteverloop zal zijn. Consulenten vinden echter dat een kind ten allen tijden toekomstperspectief moet houden en zo min mogelijk achterstand moet oplopen.
Soms moeten consulenten zelfs zover gaan om de onderwijsinspectie naar een school te sturen, omdat scholen niet te overtuigen zijn en geen medewerking verlenen.
Verder wordt de moeilijkheid ervaren tussen de overgang van onderwijs in het ziekenhuis, naar onderwijs thuis. Consulenten van de OBD krijgen nog te weinig melding van consulenten van de EV, dat een leerling ontslagen is uit het ziekenhuis en thuisonderwijs behoeft. Daarbij bestaat er veel verschil in werkwijzen tussen de verschillende OBD's, waardoor de organisatie erg ondoorzichtig wordt.
Ook het personeelstekort bij Educatieve Voorzieningen en OBD's wordt aangegeven als oorzaak voor het slecht functioneren van de wetswijziging. Daarbij wordt van consulenten van de OBD voornamelijk verwacht dat zij een gezin en school begeleiden en zijn hun lesgevende taken minimaal.

Enkele oplossingen voor bovenstaande knelpunten:
- opnemen protocol in schoolplan en schoolgids (zie downloads)
- nauwer contact consulenten(EV én OBD) - basisscholen
- meer druk/controle op scholen door inspectie die het belang van onderwijs aan zieke leerlingen benadrukken
- eenduidige werkwijze van consulenten van de OBD's
- aanspreken CFI-gelden om onderwijs te kunnen financieren, ondanks tekort aan personeel

Bron: http://www.regioplan.nl/zappengine/objects/1050_Wooz.pdf
Publicatiedatum: oktober 2003
naar boven

- belang van onderwijs aan zieke kinderen
Het klinkt tegenstrijdig om met onderwijs bezig te zijn als een leerling ernstig en/of langdurig ziek is. Maar juist voor deze kinderen speelt de school een zeer belangrijke rol. Op het moment dat deze kinderen ziek werden, veranderde hun hele wereld. Vanuit hun vertrouwde omgeving kwamen ze terecht in het ziekenhuis met veel nieuwe gezichten om hun heen, medische onderzoeken en ingrepen. Daarbij komt de spanning, de onzekerheid en de angst voor dat wat komen gaat.
School is voor het zieke kind zijn houvast met het vertrouwde leven van voor de ziekte. Het kind komt terug in de rol van leerling en kan dus even vluchten uit de rol van patiënt. Bezig zijn met schooltaken geeft afleiding en biedt ook regelmaat in een onzekere periode. Daarnaast doet onderwijs een beroep op de sterke, gezonde kant van de leerling. Even geen medische handelingen!
Goede prestaties geven de leerling het zelfvertrouwen weer wat terug en geven ook een hoopvol toekomstperspectief.
Kinderen ontwikkelen zich in hun sociale omgeving. De omgeving in het ziekenhuis of thuis is enorm beperkt. Naar school gaan of bezig zijn met schooltaken draagt bij aan een voortgang van de ontwikkeling, zowel cognitief als sociaal.
School betekent in sociaal opzicht heel veel voor het zieke kind; meetellen, erbij horen en deel van een groep zijn. Kortom: de school (onderwijs) draagt een belangrijke steen bij aan de kwaliteit van (over)leven van kinderen.



- taken leerkracht
De leerkracht is verantwoordelijk voor het onderwijs aan àlle leerlingen in zijn klas. Wanneer een kind langdurig ziek is, wordt de onderwijstaak van de leerkracht ernstig bemoeilijkt. Naast de gewone uren en taken komt namelijk de speciale taak om de zieke leerling te begeleiden en te voorzien van onderwijs. Om de leerkracht te ontlasten en de leerling te garanderen van goed onderwijs kan de leerkracht een consulent inschakelen.
Als het kind in een Academisch ziekenhuis is opgenomen zal een consulent van de Educatieve Voorziening via de ouders contact opnemen met de thuisschool. Aan de leerkracht is dan de taak om deze consulent te voorzien van materialen waarmee hij met het kind aan de slag kan gaan. Doel daarbij is om een onderwijsachterstand zoveel mogelijk te beperken. Omdat de beschikbare onderwijstijd in het ziekenhuis veel korter is dan normaal gesproken op school moet ook de leerstof verkort/ingedikt worden. Belangrijke zaken moeten gefilterd worden, daar moet de nadruk van het onderwijs op komen te liggen.
In het ziekenhuis is geen relevant onderwijsmateriaal aanwezig. Alles waarmee gewerkt moet worden moet verstrekt worden door de thuisschool. Boeken, schriften, kopieën uit de handleiding, enzovoort.
Een consulent van de Onderwijsbegeleidingsdienst moet door de thuisschool of de ouders zelf ingeschakeld worden. Hun taken zijn voornamelijk het begeleiden van de zieke leerling en de thuisschool. De lesgevende taak van deze consulenten is vaak beperkt tot een (paar) uur per week voor iedere leerling. Dat vergt dus meer inzet van de groepsleerkracht van het zieke kind. Ook aan de consulenten van de OBD's moet lesstof, boeken en schriften worden verstrekt.

De lesgevende taak van de leerkracht wordt dan wel (deels) uit handen genomen door de consulenten, de pedagogische taak van de leerkracht blijft echter staan!
Die pedagogische taak bestaat uit het houden van contact met de leerling en zijn/haar ouders op allerlei manieren. Via kaartjes, brieven, e-mails, uitnodigingen voor klassenfeestjes, schoolreisjes, kerst- en paasvieringen. Met andere woorden: zorgen dat de leerling betrokken blijft bij de gebeurtenissen op de thuisschool.
Voor de zieke leerling geeft dat het gevoel dat er toch aan hem gedacht wordt en de gebeurtenissen vormen een aanknopingspunt voor gesprekken en zo mogelijk voor een schoolbezoek op één van die bijzondere momenten.

Naast de taken in de richting van de zieke leerling, krijgt de leerkracht ook extra taken in de richting van eventuele broertjes en zusjes van de zieke leerling op school, de overige leerlingen in de klas en hun ouders. Door regelmatig contact te houden met de ouders van het zieke kind, kan de leerkracht in overleg met hen beslissen welke informatie verstrekt moet worden naar de klasgenoten en hun ouders. Vaak geven ouders van het zieke kind duidelijk aan wat ze willen, wat wel/niet verteld mag worden en in hoeverre ze daarbij zelf betrokken willen worden.
Het is heel belangrijk om deze wensen in acht te nemen en open en eerlijk met elkaar te blijven communiceren.
naar boven

- consulenten (COOZL)
COOZL staat voor Consulent Onderwijs Ondersteuning Zieke Leerlingen.
Deze consulenten kunnen een bijdrage leveren aan de continuering van het (primair en voortgezet) onderwijs aan een zieke leerling. Ook ondersteunen zij desgewenst scholen met advies en informatie over de gevolgen van de ziekte en de behandeling met betrekking tot het onderwijs.
Op het moment dat een kind opgenomen wordt in een Academisch ziekenhuis en de verwachting is dat het meer dan 10 dagen aanwezig zal zijn in het ziekenhuis, krijgen de consulenten van de EV een seintje. Zij kunnen dan een afspraak maken met de ouders van het kind en toestemming vragen om contact op te nemen met de thuisschool. Met de thuisschool worden afspraken gemaakt over de continuering van het onderwijs aan de zieke leerling, een zogenaamd werkplan. Hierin staan ondermeer afspraken over de frequentie en plaats (ziekenhuis of thuis) van het onderwijs aan de zieke leerling. Ook geeft de consulent uitleg over het ziektebeeld van de leerling en sturen zij eventuele relevante informatie hierover op naar de thuisschool. Op die manier kan de thuisschool ook de andere leerlingen in de klas en de ouders op de juiste manier voorlichten.
Een consulent van een OBD heeft minder tijd voor lesgevende taken dan een consulent op de EV. (resp. 10% en 40% van de werktijd) De consulent van de OBD besteedt veel tijd aan begeleiding van zieke leerlingen en de thuisscholen. Daarnaast besteden zij tijd aan het ontwikkelen van materialen die het onderwijs verrijken, zoals bijvoorbeeld leskisten over het ziekenhuis, rouwkoffers en aanvullingen (voorbeeldteksten) voor de schoolgids van een basisschool.

Een consulent is nooit eindverantwoordelijk voor het onderwijs aan zieke leerlingen, dat is en blijft de groepsleerkracht van de thuisschool.

(bron: Een leerling met kanker… wat nu?, Tanja van Roosmalen)
naar boven