In de Praktijk

Een dag op een EV
De dag begint altijd met een inventarisatie van de leerlingen. De pedagogisch medewerkers van de verschillende kinderafdelingen geven door welke leerlingen onderwijs kunnen ontvangen. Ook nieuwe aanmeldingen komen binnen via de pedagogisch medewerkers. Deze PM-ers hebben overleg met de artsen en verpleegkundigen, deze beslissen namelijk altijd of een leerling onderwijs mag ontvangen of niet. Ook wordt er gekeken of de leerlingen van de afdeling af mogen naar de klas, of dat de consulent onderwijs aan bed moet geven. Indien er medische afspraken staan: onderzoek, röntgenfoto, scan, echo, fysiotherapie, logopedie, enz. moet de consulent haar tijden daarop aanpassen.

Als alles duidelijk is voor de komende dag, maken de consulenten een indeling. Ze bekijken wie naar welke leerling gaat en wie in de klas onderwijs geven. In principe krijgt iedere leerling een eigen consulent toegewezen. Het streven is om zoveel mogelijk één consulent per leerling les te laten geven. In de praktijk lukt dit niet altijd en worden leerlingen tijdelijk aan elkaar overgedragen.

Kennismaken met nieuwe leerlingen gebeurt vaak 's ochtends. Vaak zijn de ouders dan ook aanwezig en kan er gelijk een contract ondertekend worden waarin de ouders toestemming geven voor het leggen van contact met de thuisschool.
Met de thuisschool wordt vaak 's middags (na schooltijd) contact gelegd en geprobeerd een werkplan op te stellen. Afspraken worden schriftelijk vastgelegd en moeten door beide partijen ondertekend worden. Daarna is de consulent afhankelijk van de materiaalvoorziening van de leerkracht. Totdat die materialen binnen zijn, zal de consulent zelf activiteiten moeten opzetten, vaak zijn deze creatief van aard.
Van elke leerling wordt een journaal bijgehouden, daarin worden de activiteiten opgeschreven en eventuele bijzonderheden. Het journaal en een onderwijskundig verslag gaan bij het ontslag van de leerling uit het ziekenhuis mee naar de thuisschool. Bij iedere bespreking van de leerling worden vier onderdelen bekeken en besproken: sociaal-emotioneel, cognitief, lichamelijk, pedagogsich-didactisch.



Een dag bij een OBD
Een praktijkvoorbeeld over een meisje in het voortgezet onderwijs, dat op de dag voordat de school begint een hersenbloeding krijgt.
De schooldecaan beschrijft het als volgt: "Je komt plotseling in een situatie waar je geen kaas van gegeten hebt. Ik wist dat er bij een OBD consulenten zieke leerlingen werken die kennis hebben van ziektebeelden, het ziekenhuis kennen en ervaring hebben met zieke leerlingen in het onderwijs. Eén telefoontje was voldoende en nog voordat het schooljaar van start ging hadden we al contact.

Het eerste wat een consulent doet is ervoor zorgen dat alle schijven, ouders, ziekenhuis, kind en school, keurig op elkaar afgestemd worden. Dat schept rust en duidelijkheid bij zowel ouders en kind als ook bij de school. Daarnaast helpen ze om in te schatten wat je van een kind in deze situatie kunt verwachten. Welk effect heeft zo'n gebeurtenis op concentratie en leervermogen? De consulenten hebben een ruime ervaring op dit punt en kunnen medische informatie beter interpreteren". Elke keer blijkt dat één van de moeilijkste vraagstukken voor scholen: wat is, gezien wat er gebeurd is, onderwijskundig haalbaar. Natuurlijk is dat per situatie verschillend, niet alleen de ziekte zelf heeft invloed op de schoolprestaties, ook de emotionele impact kan groot zijn. Vervolgens heeft de behandeling in veel gevallen een extra effect op het welbevinden en zaken als concentratie en motivatie. Daarnaast kan simpelweg de lange afwezigheid op school een bron voor extra leerproblemen zijn. De consulente geeft dus voorlichting, ondersteuning en begeleiding en is weinig lesgevend bezig.