• Toekomstgericht onderwijs

  • Netwerkleren

  • Ontwerpgericht onderzoek

Over onderzoek

Het onderzoek op Iselinge Hogeschool is altijd gericht op het verbeteren van de onderwijspraktijk. De bevindingen uit ons onderzoek en de concrete opbrengsten die hieruit voortkomen, stimuleren innovatie van ons eigen curriculum en het onderwijs in de regio. Ons onderzoek is dan ook ontwerpgericht en vindt plaats binnen de Academische Werkplaats. Binnen de werkplaatsen werken studenten, leerkrachten, directeuren, experts en docent-onderzoekers samen. Alle onderzoeksthema's worden overkoepeld door het thema 'Toekomstgericht Onderwijs'.

Contact

Meer weten of aanmelden voor participatie in onderzoek? Neem contact op met dr. Rosanne Hebing. 

Ons onderzoek vindt doorwerking in de praktijk van het regionale werkveld en het curriculum van de hogeschool

Digitale postermarkt

Elk jaar presenteren de minorstudenten hun innovatieve producten voor in de klas (en soms daarbuiten). Dit jaar zal deze postermarkt digitaal plaatsvinden. Op de posters laten studenten zien wat ze hebben gemaakt. Ben je benieuwd naar de posters? Kom dan vooral even kijken!

Klik hier om de digitale postermarkt te bekijken.

In het leerjaar 2020-2021 heb ik stage gelopen in groep 3. Een belangrijk doel van mijn stageschool was het vergroten van het leesplezier. Tijdens mijn Minor Literaire leesgesprekken heb ik daarom een product ontworpen om het leesplezier in groep 3 te vergroten. Het gaat hier om een activiteitenmap met leesgesprekken en opdrachten rondom verschillende thema's, waarbij leerlingen alleen of samen kunnen werken met boeken in een gezellige leestuin.

Voor de minor Over de grenzen van PO naar VO heb ik mij verdiept in het onderwerp: motivatie bij het geschiedenisonderwijs in de havo onderbouw. Tijdens mijn onderzoek kwam ik erachter dat de motivatie erg laag was bij de leerlingen voor het vak geschiedenis. Om de motivatie voor het vak te vergroten heb ik een website gecreëerd, waarop voor alle tien de tijdvakken  motiverende lessenseries zijn ontworpen. Deze lessenseries omvatten praktische opdrachten, motiverende onderwerpen, motiverende werkvormen en excursies. Elke lessenserie bestaat uit een lesvoorbereiding, verschillende filmpjes en opdrachten die gemakkelijk in te zetten zijn tijdens de lessen geschiedenis aan de havo onderbouw.

Op de poster is een ontwerp te zien die is gemaakt aan de hand van de theorie over Verbindend Gezag van Haim Omer, waarbij de pijler transparant communiceren centraal staat. Dit happertje is in te zetten tijdens of na je les of activiteit. Het happertje is gemaakt om de drempel van het reflecteren in de klas over gedrag te verlagen. Uit onderzoek is gebleken dat dit een struikelpunt kan zijn. Leerkrachten die er geen tijd voor hebben of nemen, leerkrachten die niet zo goed weten hoe ze nou echt effectief kunnen reflecteren op gedrag of de juiste materialen er niet voor hebben. Op de poster is te lezen wat het happertje is, hoe het werkt, waarom het is gemaakt en welke voordelen het heeft.

Het product is een handleiding waarin leerkrachten gestimuleerd worden om instructievideo’s te maken van de beeldende vorming lessen, het kan namelijk de werkdruk van de leerkrachten verlagen én zorgen voor betere lessen. Samen met de Academische Werkplaats is er een website gemaakt voor het maken van een goede instructievideo, de link naar deze website is zowel in de poster als in de handleiding terug te vinden. De handleiding biedt leerkrachten een uitleg en een format voor een goede beeldende les. Op de poster is het nut van het product beschreven en zijn nog meer interessante dingen te lezen over dit onderwerp.

 

Positieve beoordeling onderzoek

Iselinge Hogeschool staat bekend om de goede kwaliteit van het onderwijs. We zijn verheugd dat ook ons onderzoek een goede beoordeling krijgt van de Commissie Evaluatie Kwaliteit Onderzoek (CEKO) na een onderzoeksvisitatie in het kader van het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek die op 23 januari 2020 op Iselinge Hogeschool heeft plaatsgevonden. 
 

De commissie bestudeerde de aangeleverde stukken en sprak met verschillende betrokkenen rond onderzoek: studenten, leerkrachten, directeuren, docenten en bestuurders. Dit heeft geleid tot een rapport. In het rapport beoordeelt de commissie ons op vijf standaarden. In de eerste standaard gaat het er vooral om of het onderzoeksprofiel uitdagend, relevant en ambitieus is. Daarop scoren ze ons met een voldoende. De commissie roept op om een nog scherpere focus aan te brengen in de keuze van onderzoeksthema’s. Standaard 2 richt zich vooral op de organisatie van het onderzoek en de middelen die we daarvoor vrij weten te maken. Ook hier oogsten we een voldoende: ‘al met al ziet de commissie in de organisatie van het onderzoek veel mooie en inventieve verbindingen en constructies.’ Bij standaard 3 gaat het om de vraag of het onderzoek met kwaliteit wordt uitgevoerd. De commissie beoordeelt ons op deze standaard met een goed: ‘de commissie weegt in de beoordeling mee dat de onderzoekseenheid over heldere, relevante en zeer nauwkeurig uitgewerkte kwaliteitscriteria beschikt, die zijn afgeleid van de landelijk geldende standaarden. De criteria zijn verwerkt in een format dat voor ieder onderzoeksproject wordt gehanteerd.’ Ook op standaard 4 wordt een goed gescoord. Bij deze standaard gaat het om de vraag of het onderzoek relevant is voor de beroepspraktijk en de samenleving, voor de kennisontwikkeling en voor onderwijs en professionalisering. ‘Het viel de commissie op dat alle betrokkenen met enthousiasme en vol energie praten over deelname aan de werkplaatsen.’ De commissie was erg te spreken over de boeken en het e-magazine, maar ook over de publicaties in vaktijdschriften en in het algemeen over de bruikbaarheid van de onderzoeksopbrengsten voor de beroepspraktijk. ‘De commissie waardeert het bovendien dat het onderzoeksbureau alle opbrengsten van de werkplaatsen publiekelijk ter beschikking stelt via de website www.awonderwijs.nl.’ Ook aan de vijfde standaard wordt voldaan. Deze standaard richt zich op de kwaliteitszorg rond onderzoek. Het rapport wordt afgesloten met een zevental aanbevelingen. Die pakken we op voor de komende periode.

Al met al zijn we erg blij met het rapport! Deze positieve beoordeling ondersteunt onze ambitie als kennisinstelling in de regio voor leven lang ontwikkeling binnen het educatieve domein. Het doet ons goed dat de commissie erin geslaagd is de essentie van Iselinge-onderzoek te willen begrijpen. Het samenwerken in netwerken, het samengaan van onderzoek en onderwijs en het samenwerken met verschillende partijen is niet eenvoudig te ontrafelen. De commissie geeft aan dat het enige tijd kostte om te ontdekken hoe de hazen lopen. Maar, zo concludeert zij, ‘het werkt’.
 

Iselinge Hogeschool sluit aan bij de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit. Heeft u vragen of klachten over wetenschappelijke integriteit binnen Iselinge-onderzoek? Dan kunt u contact opnemen met vertrouwenspersoon prof. dr. Marjan Vermeulen (marjan.vermeulen@ou.nl). Tevens bestaat een Radiantbrede klachtencommissie wetenschappelijke integriteit waarbij Iselinge Hogeschool is aangesloten.

Waarom doen we onderzoek?

Scholen in de regio Achterhoek, Liemers en Graafschap hebben te maken met krimp. Dit kan een bedreiging zijn, maar geeft ook kansen. Het daagt basisscholen uit om samen te werken, kleinschaliger onderwijs te verzorgen en innovatieve manieren te vinden om onderwijs voor een diverse groep leerlingen rendabel, goed en leuk te houden. Op Iselinge Hogeschool vinden de basisscholen uit de regio elkaar, komen ze in contact met experts en doen ze inspiratie op door samenwerking met studenten en docent-onderzoekers.

Voor Iselinge Hogeschool staat de driehoek ‘onderwijs – onderzoek – werkveld’ centraal. Al het onderzoek heeft drie samenhangende doelen: onderwijsinnovatie op de hogeschool (interne kennisvalorisatie), werkveldinnovatie in de beroepspraktijk (externe kennisvalorisatie) en adequate voorbereiding van de student op de arbeidsmarkt.

 

 

Onderzoeksprogrammering

Het doel van onderzoek op Iselinge Hogeschool is 'ontwerpen in netwerken met het oog op de toekomst'. De driehoek ‘onderwijs – onderzoek – werkveld’ staat hierbij centraal. Ons onderzoek kenmerkt zich door de volgende drie onderdelen:

Uitgangspunt van het onderzoek dat plaatsvindt op Iselinge Hogeschool is praktijkrelevantie: onderzoek moet kennis en concrete resultaten genereren die bruikbaar zijn voor het werkveld of voor het hogeschoolcurriculum. De opbrengsten moeten bruikbaar zijn, geïmplementeerd kunnen worden, betekenisvol voor de gebruiker zijn en leiden tot verbeteringen. We werken volgens het model voor ontwerpgericht onderwijsonderzoek van Susan McKenney en Thomas Reeves. Dit model beschrijft onderzoek in drie fasen. Eerst is er de analyse- en exploratiefase. In deze fase wordt onderzoek gedaan om een praktijkaanleiding voor ontwerp te beschrijven. De tweede fase is de ontwerp- en constructiefase. Hierin wordt het ontwerp samengesteld op basis van ontwerpprincipes die ook weer voortkomen uit onderzoek. In de laatste fase, de evaluatie- en reflectiefase, wordt het ontwerp getest in de praktijk om te zien of het daadwerkelijk tot verbetering leidt of dat er aanpassingen nodig zijn in het ontwerp. Zo is het resultaat van onderzoek op Iselinge Hogeschool altijd dienstbaar aan de praktijk. Naast het ontwerp dat ontwikkeld wordt, leidt onderzoek tot kennisontwikkeling en samenwerking.  

Ons onderzoek vindt plaats in werkplaatsen: netwerken waarin onderwijsprofessionals uit het werkveld, studenten en docent-onderzoekers samenwerken aan het onderzoeken en ontwerpen van onderwijsmateriaal. Onmisbaar is de samenwerking met het veld in de vorm van het Partnerschap Opleiden in School Oost-Gelderland én met onderzoekers van andere instellingen voor hoger onderwijs binnen Radiant Lerarenopleidingen, met de Open Universiteit en met andere universiteiten. Deze samenwerking op onderzoeksgebied heeft zich vertaald naar de Academische Werkplaats.

Om het onderzoeken en ontwerpen van onderwijs in de werkplaatsen structureel te volgen en waar nodig bij te stellen, vindt ook flankerend onderzoek plaats naar thema’s die verband houden met netwerkleren. De focus bij dit onderzoek ligt op dit moment op de ontwikkeling van het onderzoekend vermogen van de deelnemers aan de Academische Werkplaats, op hun professionele groei en op kritische factoren in het optimaal kunnen deelnemen aan leren in netwerken. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de (digitale) terugkoppeling van onderzoeksdata naar werkplaatsdeelnemers in de vorm van ‘actionable feedback’. Thema’s voor flankerend onderzoek worden jaarlijks bepaald door het onderzoeksbureau en het onderzoek wordt uitgevoerd door leden van het onderzoeksbureau, in samenwerking met collega’s binnen en buiten de hogeschool.

NRO Netwerkleren en studentenwelzijn 

Dit project richt zich op netwerkleren als belangrijke vorm van docentprofessionalisering. Dit netwerkleren vindt plaats in Teacher learning groups (TLGs): sociale configuraties waar (aanstaande) leraren samen leren, resulterend in een verandering in cognitie en/of gedrag op het individuele en/of groepsniveau. De focus ligt daarbij op de aanstaande leraar (student). Het project zoekt naar manieren waarop we de ontwikkeling van de studenten in leernetwerken het beste kunnen faciliteren.

In het eerste projectjaar zijn we gestart met een systematische reviewstudie vanuit de onderzoeksvraag: ‘Welke ontwerpprincipes kunnen we herleiden voor het optimaliseren van studentenwelzijn in TLGs?’ Dit resulteerde in vijf karakteristieken van TLGs (gezamenlijke visie en doelen; ontwerpgerichte aanpak; gezamenlijke verantwoordelijkheid en eigenaarschap, diversiteit en gelijkwaardigheid; onderliggende structureren, bronnen en rollen) met bijbehorende ontwerpprincipes, zoals ‘Maak studenten ervan bewust dat netwerkleren een belangrijke competentie is binnen het portfolio’. 

In een tweede empirische studie hebben we vier lerarenopleidingen gemonitord die het netwerkleren van studenten in TLGs vanuit verschillende sociale configuraties vormgaven. Hierbij hebben we ons specifiek gericht op de motivatie van studenten omdat TLGs studenten niet alleen in staat kunnen stellen sociale vaardigheden te ontwikkelen, maar ook kunnen voorkomen dat studenten in de laatste jaren van hun opleiding geïsoleerd raken en hun motivatie verliezen. Daarom zocht deze studie naar de relatie tussen de sociale configuratie van TLGs en de motivatie van studenten. De analyses laten zeven kernvariabelen zien voor student motivatie in TLGs: het maken van autonome inhoudelijke keuzes; het opdoen van nieuwe kennis; het samen delen, elkaar steunen en ontwikkelen van sociale vaardigheden; het werken aan persoonlijke doelen; het maken van autonome keuzes van samenwerkingspartners, scaffolding, het gelijkwaardig samenwerken in een informele atmosfeer. Gebaseerd op de bevindingen adviseren we lerarenopleidingen om studenten aan zowel homogene (delen van ervaringen en vinden van steun) als heterogene TLGs (ontwikkelen van sociale vaardigheden in een groep met veel diversiteit) te laten deelnemen omdat beide vormen van belang zijn voor hun motivatie voor leren.

Ons onderzoek is inhoudelijk gericht op toekomstgericht onderwijs. Hiermee sluiten wij aan bij de Nationale Wetenschapsagenda. Centraal staat het inspelen van onderwijs op veranderingen in de maatschappij – de leefwereld van de leerlingen – en het bieden van ruimte aan sociale ondernemendheid om gemeenschapszin te stimuleren. Omgang met technologisering in het onderwijs en 21e-eeuwse vaardigheden zijn hierbij sleutelbegrippen.  

Onderzoek naar toekomstgericht onderwijs vertaalt zich naar vier onderzoeksprofielen:
1. Pedagogische sensitiviteit;
2. Innovatieve didactieken;
3. Digitale geletterdheid;
4. Onderwijs in ontwikkeling.

Hieronder worden de vier profielen toegelicht.

Pedagogische sensitiviteit

Onderzoek dat past bij dit profiel is gericht op een kernopdracht van de educatieve professional: contact leggen, verbinding maken en vanuit daar passend reageren op de lerende. Hoewel jezelf inzetten als instrument ten dienste van de ontwikkeling van de lerende eenvoudig lijkt, vraagt échte verbinding om bewust pedagogisch handelen van een educatieve professional. Het gaat in dit profiel dan ook om praktijkvraagstukken die zich dagelijks voordoen en waarop de professional veelal intuïtief reageert. De kern van dit thema is de versterking van het bewust handelen vanuit pedagogische sensitiviteit van de educatieve professional, waardoor lerenden zich gezien, gehoord en begrepen voelen door hem of haar. Onderzoek in dit profiel richt zich op de vraag waar het ons écht om gaat ten aanzien van pedagogische sensitiviteit en hoe je dit omzet in concreet, dagelijks handelen.

Innovatieve didactieken

Onderzoek dat past bij dit profiel gaat over praktijkvraagstukken die in hun verschijningsvorm mogelijk alledaags zijn, maar vragen om antwoorden die (nog) niet voorhanden zijn. Er wordt onderzoek gedaan naar innovatieve didactieken die het denken en de ontwikkeling van lerenden stimuleren (zoals hogere-orde denkvaardigheden, 21e-eeuwse vaardigheden als kritisch denken, probleemoplossend vermogen of zelfregulatie). De kern van dit thema is dat het handelen van de educatieve professional centraal staat: het microniveau. Hierbij kan hij natuurlijk (digitale) hulpmiddelen gebruiken, maar onderzoek in dit profiel is gericht op het verrijken en versterken van het didactisch repertoire van professionals in het educatieve domein.

Digitale geletterdheid

Onderzoek dat past binnen dit profiel gaat over praktijkvraagstukken die te maken hebben met de interactie tussen mens en technologie. Deze vraagstukken spelen op macroniveau en hebben te maken met de ontwikkeling van een school als organisatie of die van onderwijs in de maatschappij. Bij dit onderzoek gaat het dus niet om het didactisch repertoire van de educatieve professional, maar wel om bijvoorbeeld het komen tot een visie op het onderwijzen van digitale geletterdheid of op het zinvol inzetten van technologie in een educatieve context. Andere vraagstukken die passen binnen dit profiel kunnen ethisch van aard zijn en zich richten op de rol van educatieve professionals als het gaat om bewustwording van de interactie tussen mens en technologie en de impact die digitale middelen en algoritmen hebben op het denken en handelen van mensen. Al deze vraagstukken hebben gemeen dat ze het leerproces van de individuele lerende overstijgen. Het doel van onderzoek binnen dit profiel is dat lerenden leren functioneren in een samenleving waarin digitale technologie en media een belangrijke plaats hebben.

Onderwijs in ontwikkeling

Onderzoek dat past binnen dit profiel gaat over praktijkvraagstukken die niet alledaags zijn, maar zich juist in de toekomst zullen aandienen. Hierbij kan gedacht worden aan thema’s op macroniveau die bijvoorbeeld samenhangen met verandering van het bevoegdhedenstelsel in het educatieve domein (0- tot 20-jarigen), mogelijkheden tot specialiseren of verdieping, bijvoorbeeld ten aanzien van een vak of ontwikkelingsfase, in uitstroomprofielen in het mbo, hbo en wo, nieuwe onderwijsconcepten in het po en vo die ontstaan als gevolg van demografische ontwikkelingen of nieuwe onderwijskundige inzichten of de uitwerking van landelijke curriculuminnovaties als curriculum.nu. Hierbij staan steeds vragen centraal die gericht zijn op de consequenties van de (beoogde) veranderingen voor professionals in het zich ontwikkelende educatieve domein, beroepsopvattingen van deze professionals of voorwaarden voor werkbevlogenheid in verschillende maatschappelijke contexten. De kern van dit profiel is dat de onderzoeksthema’s een duidelijke toekomstgerichtheid hebben en onderzoekers als verkenners thema’s uitdiepen die zich wat betreft concrete vormgeving nog ‘in het verborgene’ kunnen bevinden.

Onderzoeksprojecten

Vanaf 2016 tot nu hebben in de Academische Werkplaats verschillende onderzoeksprojecten een plaats gekregen. Op dit moment draaien acht werkplaatsen. Hieronder is een overzicht te vinden van alle werkplaatsen die en op het moment draaien, inclusief de aan de werkplaatsen gekoppelde gesubsidieerde, flankerende en overige onderzoeksprojecten.

  • Lezen laat je denken!
    In deze werkplaats staat leesbevordering centraal: het stimuleren van het lezen bij kinderen en volwassenen (ouders, leerkrachten, studenten).
  • Over de grenzen van po en vo
    In deze wordt door Iselinge Hogeschool, basisscholenstichting Essentius en Isala College gewerkt aan cross-age peer tutoring (CAPT). 
  • Filmeducatie en begrijpend kijken
    In deze werkplaats gaat Iselinge Hogeschool samen met FilmHUB Gelderland – een expertisecentrum voor film- en beeldeducatie – aan de slag met filmeducatie. 
  • Gedrag begrijpen en begeleiden
    In deze werkplaats worden handvatten ontworpen, geïnspireerd door verbindend gezag/nieuwe autoriteit, die leerkrachten ondersteunen om met pedagogische sensitiviteit te reageren op uitdagend gedrag (in de dagelijkse praktijk).
  • Historisch redeneren in onderzoekend geschiedenisonderwijs
    In deze werkplaats wordt een methodiek ontwikkeld waarmee basisschoolleraren met onderzoekend leren historische redeneervaardigheden bij leerlingen stimuleren.
  • Onderwijsorganisatie en werkbevlogenheid
    In deze werkplaats wordt onderzocht hoe onderwijsprofessionals de werkbevlogenheid binnen schoolteams kunnen optimaliseren. 
  • Maken en leren in een ontdeklab
    In deze werkplaats wordt gewerkt aan de ‘’Werkplaats voor de toekomst’’ op Iselinge Hogeschool.
  • Pedagogische sensitiviteit en hoogbegaafdheid
    In deze werkplaats wordt ontwerpgericht onderzoek gebruikt om het handelen van leerkrachten in de eigen beroepspraktijk, ten aanzien van de begeleiding van (hoog)begaafde leerlingen, te verrijken. 

Iselinge werkt samen met andere monosectorale pabo’s binnen Radiant Lerarenopleidingen aan zichtlijn 1: toekomstgericht onderwijs. In deze zichtlijn zijn ook de Marnix Academie in Utrecht, Hogeschool iPabo in Amsterdam en Thomas More Hogeschool in Rotterdam vertegenwoordigd. De onderzoekers binnen deze zichtlijn richten zich met name op het zinvol inzetten van leertechnologieën, nieuwe onderwijsvormen (zoals netwerkleren, gepersonaliseerd leren en zelfgestuurd leren) én algoritmische, probleemoplossende en creatieve denkvaardigheden om een rijke leeromgeving te creëren die leerlingen toerust adequaat te reageren op veranderingen in de maatschappij. 

Aanbod Academische Werkplaats

In verschillende werkplaatsen van Iselinge Hogeschool is nog ruimte voor leerkrachten en directeuren om aan te sluiten of om op een andere manier betrokken te zijn bij onderzoek. In de werkplaatsen werken studenten, leerkrachten, directeuren, docent-onderzoekers en experts samen aan een uitdaging uit de praktijk van het onderwijs. Volgens de principes van ontwerpgericht onderzoek worden systematisch stappen gezet om deze uitdaging aan te gaan. Heeft u interesse om deel te nemen aan een van de werkplaatsen of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met rosanne.hebing@iselinge.nl.