Over onderzoek

Het onderzoek op Iselinge Hogeschool is altijd gericht op het verbeteren van de onderwijspraktijk. De bevindingen uit ons onderzoek en de concrete opbrengsten die hieruit voortkomen, stimuleren innovatie van ons eigen curriculum en het onderwijs in de regio. Ons onderzoek is dan ook ontwerpgericht en vindt plaats binnen de Academische Werkplaats. Binnen de werkplaatsen werken studenten, leerkrachten, directeuren, experts en docent-onderzoekers samen. Alle onderzoeksthema's worden overkoepeld door het thema 'Toekomstgericht Onderwijs'.

Contact

Meer weten of aanmelden voor participatie in onderzoek? Neem contact op met dr. Rosanne Hebing. 

Ons onderzoek vindt doorwerking in de praktijk van het regionale werkveld en het curriculum van de hogeschool

Positieve beoordeling onderzoek

Iselinge Hogeschool staat bekend om de goede kwaliteit van het onderwijs. We zijn verheugd dat ook ons onderzoek een goede beoordeling krijgt van de Commissie Evaluatie Kwaliteit Onderzoek (CEKO) na een onderzoeksvisitatie in het kader van het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek die op 23 januari 2020 op Iselinge Hogeschool heeft plaatsgevonden. 
 

De commissie bestudeerde de aangeleverde stukken en sprak met verschillende betrokkenen rond onderzoek: studenten, leerkrachten, directeuren, docenten en bestuurders. Dit heeft geleid tot een rapport. In het rapport beoordeelt de commissie ons op vijf standaarden. In de eerste standaard gaat het er vooral om of het onderzoeksprofiel uitdagend, relevant en ambitieus is. Daarop scoren ze ons met een voldoende. De commissie roept op om een nog scherpere focus aan te brengen in de keuze van onderzoeksthema’s. Standaard 2 richt zich vooral op de organisatie van het onderzoek en de middelen die we daarvoor vrij weten te maken. Ook hier oogsten we een voldoende: ‘al met al ziet de commissie in de organisatie van het onderzoek veel mooie en inventieve verbindingen en constructies.’ Bij standaard 3 gaat het om de vraag of het onderzoek met kwaliteit wordt uitgevoerd. De commissie beoordeelt ons op deze standaard met een goed: ‘de commissie weegt in de beoordeling mee dat de onderzoekseenheid over heldere, relevante en zeer nauwkeurig uitgewerkte kwaliteitscriteria beschikt, die zijn afgeleid van de landelijk geldende standaarden. De criteria zijn verwerkt in een format dat voor ieder onderzoeksproject wordt gehanteerd.’ Ook op standaard 4 wordt een goed gescoord. Bij deze standaard gaat het om de vraag of het onderzoek relevant is voor de beroepspraktijk en de samenleving, voor de kennisontwikkeling en voor onderwijs en professionalisering. ‘Het viel de commissie op dat alle betrokkenen met enthousiasme en vol energie praten over deelname aan de werkplaatsen.’ De commissie was erg te spreken over de boeken en het e-magazine, maar ook over de publicaties in vaktijdschriften en in het algemeen over de bruikbaarheid van de onderzoeksopbrengsten voor de beroepspraktijk. ‘De commissie waardeert het bovendien dat het onderzoeksbureau alle opbrengsten van de werkplaatsen publiekelijk ter beschikking stelt via de website www.awonderwijs.nl.’ Ook aan de vijfde standaard wordt voldaan. Deze standaard richt zich op de kwaliteitszorg rond onderzoek. Het rapport wordt afgesloten met een zevental aanbevelingen. Die pakken we op voor de komende periode.

Al met al zijn we erg blij met het rapport! Deze positieve beoordeling ondersteunt onze ambitie als kennisinstelling in de regio voor leven lang ontwikkeling binnen het educatieve domein. Het doet ons goed dat de commissie erin geslaagd is de essentie van Iselinge-onderzoek te willen begrijpen. Het samenwerken in netwerken, het samengaan van onderzoek en onderwijs en het samenwerken met verschillende partijen is niet eenvoudig te ontrafelen. De commissie geeft aan dat het enige tijd kostte om te ontdekken hoe de hazen lopen. Maar, zo concludeert zij, ‘het werkt’.
 

Iselinge Hogeschool sluit aan bij de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit. Heeft u vragen of klachten over wetenschappelijke integriteit binnen Iselinge-onderzoek? Dan kunt u contact opnemen met vertrouwenspersoon prof. dr. Marjan Vermeulen (marjan.vermeulen@ou.nl). Tevens bestaat een Radiantbrede klachtencommissie wetenschappelijke integriteit waarbij Iselinge Hogeschool is aangesloten.

Waarom doen we onderzoek?

Scholen in de regio Achterhoek, Liemers en Graafschap hebben te maken met krimp. Dit kan een bedreiging zijn, maar geeft ook kansen. Het daagt basisscholen uit om samen te werken, kleinschaliger onderwijs te verzorgen en innovatieve manieren te vinden om onderwijs voor een diverse groep leerlingen rendabel, goed en leuk te houden. Op Iselinge Hogeschool vinden de basisscholen uit de regio elkaar, komen ze in contact met experts en doen ze inspiratie op door samenwerking met studenten en docent-onderzoekers.

 

 

Onderzoeksprogrammering

Het doel van onderzoek op Iselinge Hogeschool is 'ontwerpen in netwerken met het oog op de toekomst'. Voor Iselinge Hogeschool staat de driehoek 'onderwijs - onderzoek - werkveld' centraal. Al het onderzoek heeft drie samenhangende doelen: onderwijsinnovatie op de hogeschool (interne kennisvalorisatie), werkveldinnovatie in de beroepspraktijk (exterene kennisvalorisatie) en adequate voorbereiding van de student op de arbeidsmarkt. Ons onderzoek kenmerkt zich door de volgende drie onderdelen:

 

  

Uitgangspunt van het onderzoek dat plaatsvindt op Iselinge Hogeschool is praktijkrelevantie: onderzoek moet kennis en concrete resultaten genereren die bruikbaar zijn voor het werkveld of voor het hogeschoolcurriculum. De opbrengsten moeten bruikbaar zijn, geïmplementeerd kunnen worden, betekenisvol voor de gebruiker zijn en leiden tot verbeteringen.
We werken volgens het model voor ontwerpgericht onderwijsonderzoek van Susan McKenney en Thomas Reeves. Dit model beschrijft onderzoek in drie fasen.

  • Eerst is er de analyse- en exploratiefase. In deze fase wordt onderzoek gedaan om een praktijkaanleiding voor ontwerp te beschrijven.
  • De tweede fase is de ontwerp- en constructiefase. Hierin wordt het ontwerp samengesteld op basis van ontwerpprincipes die ook weer voortkomen uit onderzoek.
  • In de laatste fase, de evaluatie- en reflectiefase, wordt het ontwerp getest in de praktijk om te zien of het daadwerkelijk tot verbetering leidt of dat er aanpassingen nodig zijn in het ontwerp. Zo is het resultaat van onderzoek op Iselinge Hogeschool altijd dienstbaar aan de praktijk. Naast het ontwerp dat ontwikkeld wordt, leidt onderzoek tot kennisontwikkeling en samenwerking. 

Ons onderzoek vindt plaats in werkplaatsen: netwerken waarin onderwijsprofessionals uit het werkveld, studenten en docent-onderzoekers samenwerken aan het onderzoeken en ontwerpen van onderwijsmateriaal. Onmisbaar is de samenwerking met het veld in de vorm van het Partnerschap Opleiden in School Oost-Gelderland én met onderzoekers van andere instellingen voor hoger onderwijs binnen Radiant Lerarenopleidingen, met de Open Universiteit en met andere universiteiten. Deze samenwerking op onderzoeksgebied heeft zich vertaald naar de Academische Werkplaats.

Om het onderzoeken en ontwerpen van onderwijs in de werkplaatsen structureel te volgen en waar nodig bij te stellen, vindt ook flankerend onderzoek plaats naar thema’s die verband houden met netwerkleren. De focus bij dit onderzoek ligt op dit moment op de ontwikkeling van het onderzoekend vermogen van de deelnemers aan de Academische Werkplaats, op hun professionele groei en op kritische factoren in het optimaal kunnen deelnemen aan leren in netwerken. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de (digitale) terugkoppeling van onderzoeksdata naar werkplaatsdeelnemers in de vorm van ‘actionable feedback’. Thema’s voor flankerend onderzoek worden jaarlijks bepaald door het onderzoeksbureau en het onderzoek wordt uitgevoerd door leden van het onderzoeksbureau, in samenwerking met collega’s binnen en buiten de hogeschool.

Dit project richt zich op netwerkleren als belangrijke vorm van docentprofessionalisering. Dit netwerkleren vindt plaats in Teacher learning groups (TLGs): sociale configuraties waar (aanstaande) leraren samen leren, resulterend in een verandering in cognitie en/of gedrag op het individuele en/of groepsniveau. De focus ligt daarbij op de aanstaande leraar (student). Het project zoekt naar manieren waarop we de ontwikkeling van de studenten in leernetwerken het beste kunnen faciliteren.

In het eerste projectjaar zijn we gestart met een systematische reviewstudie vanuit de onderzoeksvraag: ‘Welke ontwerpprincipes kunnen we herleiden voor het optimaliseren van studentenwelzijn in TLGs?’ Dit resulteerde in vijf karakteristieken van TLGs:

  • gezamenlijke visie en doelen;
  • ontwerpgerichte aanpak;
  • gezamenlijke verantwoordelijkheid en eigenaarschap;
  • diversiteit en gelijkwaardigheid;
  • onderliggende structureren, bronnen en rollen met bijbehorende ontwerpprincipes, zoals ‘Maak studenten ervan bewust dat netwerkleren een belangrijke competentie is binnen het portfolio’. 

In een tweede empirische studie hebben we vier lerarenopleidingen gemonitord die het netwerkleren van studenten in TLGs vanuit verschillende sociale configuraties vormgaven. Hierbij hebben we ons specifiek gericht op de motivatie van studenten omdat TLGs studenten niet alleen in staat kunnen stellen sociale vaardigheden te ontwikkelen, maar ook kunnen voorkomen dat studenten in de laatste jaren van hun opleiding geïsoleerd raken en hun motivatie verliezen. Daarom zocht deze studie naar de relatie tussen de sociale configuratie van TLGs en de motivatie van studenten. De analyses laten zeven kernvariabelen zien voor student motivatie in TLGs:

  • Het maken van autonome inhoudelijke keuzes. 
  • Het opdoen van nieuwe kennis.
  • Het samen delen, elkaar steunen en ontwikkelen van sociale vaardigheden.
  • Het werken aan persoonlijke doelen.
  • Het maken van autonome keuzes van samenwerkingspartners.
  • Scaffolding.
  • Het gelijkwaardig samenwerken in een informele atmosfeer.                                                    

    Gebaseerd op de bevindingen adviseren we lerarenopleidingen om studenten aan zowel homogene (delen van ervaringen en vinden van steun) als heterogene TLGs (ontwikkelen van sociale vaardigheden in een groep met veel diversiteit) te laten deelnemen omdat beide vormen van belang zijn voor hun motivatie voor leren.

Ons onderzoek is inhoudelijk gericht op toekomstgericht onderwijs. Hiermee sluiten wij aan bij de Nationale Wetenschapsagenda. Centraal staat het inspelen van onderwijs op veranderingen in de maatschappij – de leefwereld van de leerlingen – en het bieden van ruimte aan sociale ondernemendheid om gemeenschapszin te stimuleren. Omgang met technologisering in het onderwijs en 21e-eeuwse vaardigheden zijn hierbij sleutelbegrippen.  

Onderzoek naar toekomstgericht onderwijs vertaalt zich naar vier onderzoeksprofielen:

  • Onderwijs in ontwikkeling;
  • Pedagogische sensitiviteit;
  • Denken, maken en technologie.

Hieronder worden de profielen toegelicht.

Onderzoeksprojecten

Vanaf 2016 tot nu hebben in de Academische Werkplaats verschillende onderzoeksprojecten een plaats gekregen.

Iselinge werkt samen met andere monosectorale pabo’s binnen Radiant Lerarenopleidingen aan zichtlijn 1: toekomstgericht onderwijs. In deze zichtlijn zijn ook de Marnix Academie in Utrecht, Hogeschool iPabo in Amsterdam en Thomas More Hogeschool in Rotterdam vertegenwoordigd. De onderzoekers binnen deze zichtlijn richten zich met name op het zinvol inzetten van leertechnologieën, nieuwe onderwijsvormen (zoals netwerkleren, gepersonaliseerd leren en zelfgestuurd leren) én algoritmische, probleemoplossende en creatieve denkvaardigheden om een rijke leeromgeving te creëren die leerlingen toerust adequaat te reageren op veranderingen in de maatschappij. 

Als ik later mijn eigen klas heb wil ik praktijkonderzoek blijven uitvoeren in mijn klas, zodat ik nog beter kan aansluiten bij de behoeften van mijn leerlingen.

Studenten aan het woord

“Gedurende het eerste en tweede jaar heb ik kennisgemaakt met verschillende onderzoeksmethoden en -instrumenten die relevant zijn voor het uitvoeren van een praktijkonderzoek. De theorielessen die we krijgen op Iselinge over onderzoek zijn direct toepasbaar in de praktijk. Als ik later mijn eigen klas heb wil ik praktijkonderzoek blijven uitvoeren in mijn klas, zodat ik nog beter kan aansluiten bij de behoeften van mijn leerlingen.”

Mayke Tolkamp, derdejaars student

“De overgang van het mbo naar het hbo vond ik behoorlijk groot. Een van de grootste verschillen was de eis om bronnen volgens de APA-stijl te schrijven. Het kostte wat tijd om dit onder de knie te krijgen, maar dankzij de lessen op Iselinge over het gebruik van de APA-richtlijnen is het uiteindelijk helemaal goedgekomen.”

Bram de Jong, tweedejaars student

“Vorig jaar nam ik deel aan de Academische Werkplaats, waar ik samenwerkte met professionals uit het werkveld. Het was waardevol om hun expertise in mijn eigen onderzoek te kunnen meenemen. Deelnemers hadden diverse achtergronden, wat ervoor zorgde dat onderwerpen vanuit verschillende perspectieven werden bekeken en er tijdens de werkplaatsen veel verdieping ontstond.”

Levi Beumer, vierdejaars student.

“Mijn eerste kennismaking met onderzoek was tijdens de module over semigestructureerd onderzoek. Deze module was opgebouwd in verschillende fases en tijdens de lessen werden we stap voor stap meegenomen door de onderzoekscyclus. Dat hielp mij om dit onderzoek me eigen te maken.”

Nora, tweedejaars student

Aanbod Academische Werkplaats

In verschillende werkplaatsen van Iselinge Hogeschool is nog ruimte voor leerkrachten en directeuren om aan te sluiten of om op een andere manier betrokken te zijn bij onderzoek. In de werkplaatsen werken studenten, leerkrachten, directeuren, docent-onderzoekers en experts samen aan een uitdaging uit de praktijk van het onderwijs. Volgens de principes van ontwerpgericht onderzoek worden systematisch stappen gezet om deze uitdaging aan te gaan. Heeft u interesse om deel te nemen aan een van de werkplaatsen of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met rosanne.hebing@iselinge.nl.

Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit

De Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit geldt voor onderzoekers en instellingen in Nederland. Voor het goed functioneren van wetenschap is wetenschappelijke integriteit van essentieel belang. Hiervoor gelden een aantal leidende principes zoals eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Deze leidende principes worden in de gedragscode geconcretiseerd in nadere normen.  
 
Commissie Wetenschappelijk Integriteit
Een van de verplichtingen is het instellen van een klachtencommissie. De hogescholen, die samenwerken in Radiant (Marnix Academie, Hogeschool IPABO, Driestar hogeschool, Iselinge Hogeschool, Hogeschool De Kempel, Hogeschool KPZ, Thomas More Hogeschool en Hogeschool Viaa) hebben een gezamenlijke Commissie Wetenschappelijke Integriteit ingesteld. Deze Commissie onderzoekt en behandelt klachten van een (veronderstelde) schending van de wetenschappelijke integriteit en brengt advies uit aan het College van Bestuur over de gegrondheid van de melding. Klachten kunnen o.a. betrekking hebben op ernstige vormen van fabriceren (verzinnen), vervalsen en/of plagiaat. Vermeende klachten kunnen eerst besproken worden met de Vertrouwenspersoon Wetenschappelijke Integriteit.
De leden van de Commissie zijn afkomstig van de aangesloten hogescholen.

Vertrouwenspersoon Wetenschappelijke Integriteit
De vertrouwenspersoon van Iselinge Hogeschool in het kader van de Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit is Marjan Vermeulen (marjan.vermeulen@ou.nl). 
    
In de Regeling Meldingen Wetenschappelijke integriteit is de procedure en de werkwijze van de commissie nader uitgewerkt. Ambtelijk secretaris van de commissie is Mark Janssen. Hij is bereikbaar via de telefoon 085-1124436 en via de mail m.janssen@kempel.nl